Herkennen van gezichten
Het slachtoffer geeft in haar eerste verklaring een uitgebreide beschrijving van haar belager. Verder zou ze de dader verschillende malen hebben aangekeken tijdens het gesprek en hem daarom goed hebben gezien. Verder verklaarde deze dat wanneer ze de jongen zou zien die haar heeft geprobeerd te wurgen, zij hem zeker zou herkennen.
Hierop werd een fotoconfrontatie uitgevoerd bestaande uit 10 foto’s samengesteld op basis van het signalement van [verdachte] , waarin ook de foto van de verdachte zat. Op 29 augustus 2010 werd de confrontatie uitgevoerd. Het slachtoffer kreeg daarbij de instructie dat er foto’s zouden worden getoond en dat mogelijk de foto van de persoon die bij het misdrijf betrokken was ook in de series zou kunnen zitten. Ze herkende de foto van verdachte.
In haar verklaring bij de rechter-commissaris, die werd opgenomen na de fotoconfrontatie, zei het slachtoffer: “De man op de foto die ik heb aangewezen was de man die achter mij aangelopen is. Dat weet ik heel zeker.” Dat het slachtoffer tijdens haar aanvullende verklaring zegt zeker te zijn dat het de verdachte was moet met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Een overvloed aan wetenschappelijke studies laat zien dat zo’n zekerheidsoordeel slechts in geringe mate samenhangt met de accuratesse van een getuigenverklaring. Een stellige getuige is dus niet per definitie ook een accurate getuige.
Ofschoon wij ons hier niet hoeven te buigen over de kwaliteit van deze fotoconfrontatie is één ding wel relevant voor het beantwoorden van onze vraagstelling. Namelijk: een strikte voorwaarde bij een herkenningstest (zoals een fotoconfrontatie) is dat de getuige/slachtoffer de verdachte bij geen enkele andere gelegenheid dan het misdrijf kan hebben gezien. In dit geval is het niet duidelijk of aan die voorwaarde is voldaan. Immers, als verdachte inderdaad alleen als hulpverlener is opgetreden en niet als haar belager, dan is het in beginsel mogelijk dat slachtoffer hem daarvan herkent.
Hoewel het slachtoffer zelf zegt dat ze tijdens de EHBO verrichtingen haar ogen niet heeft geopend, blijkt volgens de getuigenverklaringen van onder andere het ambulancepersoneel dat dit wel het geval was. Hierover wordt het volgende verklaard:
Slachtoffer verklaart (toevoeging hof: dossierpagina’s 24-25): “Ik hoorde meerdere stemmen. Ik heb Duits gehoord, iemand zei dat hij noodarts was en dat de ziekenauto eraan kwam. Deze persoon heb ik niet gezien. Ik herkende de stem van deze noodarts niet en ik geloof ook dat hij een andere stem had als de jongen die mij probeerde te wurgen. Ik weet niet meer waar ik was. Ik denk dat ik op de grond heb gelegen omdat iemand zei dat de ziekenauto eraan kwam. Toen ik in de ziekenauto lag had ik voor het eerst mijn ogen open. Ik weet niet meer wie er allemaal waren.” Nachtwaker [betrokkene 4] van camping de Wijde Blick die op een bepaald moment ter plekke kwam, verklaarde (toevoeging hof: dossierpagina 309): “Ik hoorde dat de jongen in de Duitse taal tegen het meisje aan het praten was. Ik zag en hoorde dat het meisje hier helemaal niet op reageerde. Het leek wel of ze buiten kennis was.”
Ambulancechauffeur [betrokkene 5] (toevoeging hof: dossierpagina’s 312-313) verklaarde over de toestand van het slachtoffer: “Als ik het me goed herinner was ze suf toen ze de ambulance inging en kwam ze naarmate ze in de ambulance lag steeds meer bij. Ik hoorde dat ze in het begin alleen maar nee, nee, nee zei maar dal ze in de ambulance steeds duidelijker taalgebruik kreeg. [...] Toen ze op de brancard lag had ze haar ogen open.”
Ambulanceverpleegkundige [betrokkene 6] (toevoeging hof: dossierpagina’s 317-319) verklaarde over de toestand van slachtoffer toen hij haar aantrof als volgt: “Het meisje was doorweekt. [...] Ze was aanspreekbaar, ze reageerde en ze bewoog. Ze gaf antwoord op mijn vragen. Dit was niet duidelijk maar verward. Haar ogen waren gewoon open. Ze was wakker en aanspreekbaar. Ik kan niet zeggen wat zij kon waarnemen.”
De GCS score (ook wel EMV score genoemd) 4 (spontaan ogen openen) - 6 (opdrachten uitvoeren) - 4 (losse zinnen, niet kloppende antwoorden; verwarde spraak) van het slachtoffer op de plaats delict geeft aan dat het slachtoffer op enig moment haar ogen open had en dus mogelijk de verdachte tijdens de EHBO verrichtingen heeft gezien. Later in het ziekenhuis was de score maximaal (15) en werden er geen afwijkingen geconstateerd.
Zowel de GCS als de getuigenverklaringen wijzen erop dat het slachtoffer tijdens de EHBO verrichtingen tenminste op sommige momenten haar ogen open had en zodoende de gelegenheid had de verdachte te zien. Het is derhalve mogelijk dat er sprake is van unconscious transference, in het Nederlands te vertalen als onbewuste overdracht. Onbewuste overdracht verwijst naar een foutieve identificatie van een onschuldige omstander als dader doordat het slachtoffer of de getuige de omstander in een andere context zag.
In deze zaak valt niet met volledige zekerheid uit te sluiten dat de persoon die door de politie als verdachte wordt aangemerkt door het slachtoffer wordt herkend vanwege het feit dat hij (ook) omstander was (toevallige passant/hulpverlener die aanwezig was toen het slachtoffer bij bewustzijn kwam). Daarom moet haar identificatie met de nodige terughoudendheid worden geïnterpreteerd. Anderzijds: een voorwaarde voor onbewuste overdracht is dat de getuige of het slachtoffer de persoon die hij/zij aanwijst als verdachte eerder onder optimale omstandigheden heeft waargenomen (registratie) als omstander (in dit geval als hulpverlener) of in een andere context (een eerder moment dat niet gerelateerd is aan het delict). Bij die voorwaarde kan in dit specifieke geval vraagtekens worden gezet.
Hieronder geven wij aan waarom wij het minder aannemelijk vinden dat onbewuste overdracht van invloed is geweest op de positieve identificatie van verdachte door het slachtoffer.