Conclusie
conclusiedat [verzoekster] niet in haar cassatieberoep kan worden ontvangen.
Parket bij de Hoge Raad
In deze civiele zaak vorderde verzoekster schadevergoeding wegens het kappen van bomen door verweerder op haar perceel. De rechtbank wees de vergoeding toe, maar het gerechtshof vernietigde dit en kende een lagere vergoeding toe, waarbij verzoekster in de kosten van het hoger beroep werd veroordeeld.
Verzoekster wendde zich vervolgens tot de Hoge Raad met een cassatieverzoek tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof. Dit verzoekschrift was echter niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, zoals vereist volgens art. 426a lid 1 Rv. Hoewel verzoekster hierop werd gewezen, werd het verzuim niet binnen de gestelde termijn hersteld.
Daarnaast was de gekozen rechtsingang onjuist conform art. 407 lid 1 Rv Pro. De Hoge Raad verklaarde daarom het cassatieverzoek niet-ontvankelijk en wees het verzoek af. Deze beslissing volgt de vaste jurisprudentie dat niet-ondertekende verzoekschriften zonder hersteltermijn niet in behandeling worden genomen.
Uitkomst: Het cassatieverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van advocaatsondertekening en niet-herstel binnen de termijn.