Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof art. 63 Sr Pro niet heeft toegepast, althans niet heeft aangehaald bij de toepasselijke wettelijke voorschriften.
tweede middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, klaagt dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd heeft bepaald dat de schade aan en de vervanging van het cilinderslot van een deur van de woning het rechtstreekse gevolg is van verdachtes onder 1 bewezenverklaarde handelen en dat de verdachte tot vergoeding van die schade gehouden is, in aanmerking genomen dat de verdachte heeft verklaard dat hij door het raam van de woning naar binnen is gegaan.
derde middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.