Overeenkomstig hetgeen ten aanzien van [a-straat 1] te Hoorn is overwogen, acht het hof bewezen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] door voornoemd handelen bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat de door hun getekende stukken vals waren, welke stukken vervolgens zijn gebruikt voor de koop van de woning en het afsluiten van de hypotheek. Bij het verwerven, voorhanden hebben en/of overdragen van deze goederen, wist verdachte derhalve dat deze goederen uit misdrijf afkomstig waren. Dit geldt eveneens voor medeverdachte [medeverdachte] , die als medepleger van deze feiten kan worden aangemerkt.”
6.5. Volgens de steller van het middel is de overweging van het hof dat aan de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] gevraagd zou zijn om mee te werken aan een constructie die niet conform de werkelijkheid is en dat de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] vrijwillig hebben ingestemd met het creëren van deze schijnconstructie zonder nadere motivering onbegrijpelijk, aangezien het kopen en vervolgens in bruikleen geven van een goed niet per definitie onrechtmatig dan wel misdadig is.
6.6. De hiervoor onder 6.2 weergegeven, door het hof tot het bewijs gebezigde verklaring van de verdachte houdt echter in dat [betrokkene 4] , de man uit Tsjechië die de verdachte op een feest had leren kennen, tegen de verdachte heeft gezegd dat hij een woning wilde kopen en heeft gevraagd of hij daarvoor de naam van de verdachte en zijn toenmalige echtgenote [medeverdachte] mocht gebruiken. Gelet daarop acht ik het oordeel van het hof dat de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] is gevraagd mee te werken aan een constructie die niet conform de werkelijkheid was en dat sprake was van een schijnconstructie geenszins onbegrijpelijk.
6.7. De toelichting op het middel houdt voorts in dat de door het hof gebezigde bewijsmiddelen niet uitsluiten dat de verdachte in de veronderstelling verkeerde dat de woningen, de hypothecaire geldleningen en de geldbedragen rechtmatig waren verworven, hij deze rechtmatig voorhanden had en/of hij deze rechtmatig heeft overgedragen. Daarnaast wordt betoogd dat, voor zover de verdachte al wetenschap had van de aanmerkelijke kans dat de woningen, de hypothecaire geldleningen en de geldbedragen van misdrijf afkomstig waren, het oordeel dat de verdachte deze aanmerkelijke kans bewust heeft aanvaard niet zonder meer begrijpelijk is.
6.8. Het hof heeft geoordeeld dat de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat de door hen bij de notaris getekende stukken, welke stukken zijn gebruikt voor het afsluiten van de hypotheken en de koop van de woningen in Hoorn en Montfoort, vals waren en dat kan worden bewezen dat de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] wisten dat de woningen, de hypothecaire geldleningen en/of de verkregen geldbedragen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf. Daarin ligt mijns inziens als oordeel van het hof besloten dat de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat deze woningen, hypothecaire geldleningen en/of geldbedragen onmiddellijk of middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.
6.9. Aan dit oordeel heeft het hof blijkens zijn hiervoor onder 6.2, 6.3 en 6.4 weergegeven bewijsmiddelen en overwegingen de volgende feiten en omstandigheden ten grondslag gelegd.
De verdachte is door [betrokkene 4] , een persoon uit Tsjechië die hij op een feest had ontmoet, gevraagd of hij zijn naam en die van zijn toenmalige echtgenote [medeverdachte] mocht gebruiken voor de aankoop van een woning, omdat [betrokkene 4] zelf in Nederland geen woning zou kunnen kopen. De verdachte en [medeverdachte] zouden volgens [betrokkene 4] niets hoeven te doen en niets hoeven te betalen. [betrokkene 4] zou de maandelijkse hypotheeklasten aan hen overmaken. De verdachte en [medeverdachte] hebben besloten om aan deze schijnconstructie mee te werken. [betrokkene 4] heeft daarna tegen de verdachte gezegd dat hij een bankrekening moest openen en de bankpas van die rekening aan [betrokkene 4] moest geven. Daarna hebben de verdachte en [medeverdachte] zonder enig onderzoek te doen en zonder op welke wijze dan ook zich te laten informeren bij een notaris stukken getekend in verband met de (financiering van de) aankoop van de woning in Hoorn om daarna bij een andere notaris stukken te tekenen in verband met de (financiering van de) aankoop van de woning in Montfoort.
6.10. Gelet op deze feiten en omstandigheden acht ik het oordeel van het hof dat de verdachte de aanmerkelijke kans dat de stukken die hij en medeverdachte [medeverdachte] bij de notaris tekenden vals waren en aldus dat de woningen, de hypothecaire geldleningen en/of de geldbedragen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf bewust heeft aanvaard, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
6.11. Het tweede middel faalt in al zijn onderdelen.