Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Slotsom
5.Beslissing
7 juli 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak ging het om een verweer van de verdachte dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard of dat er strafvermindering moest plaatsvinden vanwege een privacyinbreuk. Deze inbreuk ontstond doordat de politie afspraken had gemaakt met het televisieprogramma "Opgelicht" om tijdens een actiedag opnames te maken, waarbij de verdachte herkenbaar in beeld kwam.
Het hof stelde vast dat de politie deze uitzending mogelijk had geïnitieerd en in ieder geval had gefaciliteerd, maar oordeelde dat niet vaststond dat de privacyinbreuk aan het Openbaar Ministerie kon worden toegerekend. Dit oordeel werd door de Hoge Raad als niet zonder meer begrijpelijk en ontoereikend gemotiveerd beoordeeld.
De Hoge Raad oordeelde dat niet-ontvankelijkverklaring slechts in uitzonderlijke gevallen aan de orde is, namelijk bij ernstige inbreuk op de procesorde met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte. Omdat dit niet was vastgesteld, leidde het verweer niet tot niet-ontvankelijkheid. Wel werd de strafoplegging vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.