Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
Motorvereniging Barneveld, te Barneveld, eiseres,
de burgemeester van de gemeente Barneveld te Barneveld, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
28 februari 2014 heeft verweerder besloten de verbeurde dwangsom in te vorderen op grond van artikel 5:37 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en eiseres aangemaand op grond van artikel 5:37, na het nemen van de invorderingsbeschikking, tot betaling van de dwangsom binnen twee weken na dagtekening. Op 25 maart 2014 heeft verweerder een dwangbevel aan eiseres uitgevaardigd tot betaling van € 5000. Ter zitting heeft verweerder onweersproken gesteld dat verweerder na 25 maart 2014 executoriaal beslag heeft laten leggen op het pand van eiseres.
Verweerder heeft aangegeven dat in het verleden sprake is geweest van een bruiloft in het clubhuis, een optreden van een band, een open dag en een jaarvergadering. Deze activiteiten maken naar het oordeel van de rechtbank echter niet dat sprake is van een ruimte die voor publiek geopend is. Afgezien van het feit dat alleen de jaarvergadering heeft plaatsgevonden na de opgelegde last onder dwangsom, is reeds gelet van de lage frequentie van de activiteiten door verweerder onvoldoende aangetoond dat het clubhuis voor publiek geopend is. Daarbij is door verweerder zowel ten aanzien van de jaarvergadering als ten aanzien van het optreden van de band niet aannemelijk gemaakt dat ook anderen dan de leden van de vereniging aanwezig waren. Verweerder heeft voorts niet aangetoond dat eiseres geen grip heeft op de bezoekers van het clubhuis of dat sprake is van een onbepaalde groep bezoekers. Daarbij acht de rechtbank van belang dat eiseres ter zitting heeft erkend dat er mogelijk af en toe ook niet-leden de vereniging bezoeken, maar dat eiseres weet wie die personen zijn en dat die personen alleen op uitnodiging van eiseres komen. Dit wijst op een grote mate van beslotenheid. Derhalve heeft verweerder onvoldoende aangetoond dat het clubhuis voor publiek geopend is. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de uitspraak van de Afdeling van 14 augustus 1986, nr. RO3.84.2306.
Beslissing
- verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit I niet-ontvankelijk;
- verklaart de beroepen gericht tegen de bestreden besluiten II en III gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten II en III;
- herroept de primaire besluiten II en III;
- gelast dat verweerder de door eiseres betaalde griffierechten groot € 656 aan haar vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 980.
mr. N.J.H. Klomp, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: