ECLI:NL:PHR:2017:1076
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering strafoplegging voor mensenhandel ondanks verweer vrij verkeer personen
Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor meerdere feiten van mensenhandel en deelname aan een criminele organisatie, waarbij slachtoffers werden vervoerd en uitgebuit in de prostitutie. De straf bedroeg 18 maanden gevangenisstraf en een schadevergoedingsmaatregel voor de benadeelde partij.
Verdachte stelde in cassatie meerdere middelen aan de orde, waaronder dat er geen sprake was van dwang bij een slachtoffer dat uit de prostitutie was gestapt, dat de bewezenverklaring voor deelname aan de organisatie te ruim was, en dat het vrije verkeer van personen binnen de EU een strafverminderende omstandigheid zou moeten zijn. Deze middelen werden grotendeels verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat het feit dat een slachtoffer uit de prostitutie is gestapt niet uitsluit dat sprake was van uitbuiting. Ook is deelname aan een organisatie bewezen verklaard zonder dat dit de gehele periode hoeft te betreffen. Het hof heeft terecht geoordeeld dat het vrije verkeer van personen zijn grenzen vindt bij onvrijwilligheid en uitbuiting, en dat dit geen strafvermindering rechtvaardigt.
Wel werd de straf verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn in cassatie. De Hoge Raad verwierp het beroep voor het overige en bevestigde daarmee de veroordeling en strafoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor mensenhandel en deelname aan een organisatie, met strafvermindering wegens termijnoverschrijding.