Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
5.Slotsom
6.Beslissing
21 april 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake mensenhandel. De verdachte werd veroordeeld voor het vervoeren en uitbuiten van een persoon door middel van dwang, geweld, misbruik van een kwetsbare positie en het afpakken van verdiensten uit prostitutie.
Het hof had geoordeeld dat sprake was van een uitbuitingssituatie, ondanks dat het slachtoffer buitenlandse reizen maakte. De verdediging voerde aan dat deze reizen aantonen dat er geen sprake was van beperking van de persoonlijke vrijheid, maar de Hoge Raad oordeelde dat het enkele feit van reizen niet uitsluit dat sprake is van uitbuiting.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf van vijf jaren ambtshalve werd verminderd tot vier jaren en elf maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor de strafoplegging en vermindert de gevangenisstraf tot vier jaren en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.