ECLI:NL:PHR:2017:1194
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens teruggave in strafzaak
In deze zaak heeft klager een klaagschrift ingediend tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland die het klaagschrift tot teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag van €17.100,- ongegrond verklaarde. Klager stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze beschikking.
De Hoge Raad onderzocht de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Uit informatie van de strafgriffie bleek dat in de strafzaak tegen klager de politierechter op 19 juli 2017 vonnis had gewezen, waarbij klager werd vrijgesproken van witwassen en de teruggave van het geldbedrag werd gelast. Tegen dit vonnis was geen hoger beroep ingesteld, waardoor het onherroepelijk is geworden.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin werd geoordeeld dat een tussentijds vonnis in de strafzaak dat een beslissing geeft over het inbeslaggenomen goed, maakt dat een klaagschrift over hetzelfde goed geen andersluidende beslissing meer kan krijgen. Hierdoor heeft klager geen belang meer bij het cassatieberoep en wordt dit niet-ontvankelijk verklaard.
Het cassatieberoep blijft daarom buiten behandeling en het middel wordt niet besproken. De beslissing in de strafzaak maakt het beroep tegen de beschikking overbodig.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de teruggave van het geldbedrag in de strafzaak is gelast.