Conclusie
1.De feiten
2.Het procesverloop
troubleshooting,dat dit de manier was waarop men binnen Era met elkaar omging en dat dit samenhing met de grote druk in de bouwwereld. Dit is naar het oordeel van het hof niet voldoende.
3.De bespreking van het cassatiemiddel
redelijke grondvoor is (art. 7:669 lid 1 BW Pro). In lid 3 van art. 7:669 BW Pro wordt een limitatieve opsomming gegeven van wat onder een “redelijke grond” als bedoeld in lid 1 wordt verstaan. [6] Een van deze gronden is ongeschiktheid van de werknemer (sub d, hierna ‘de d-grond’). Art. 7:669 lid 1 BW Pro stelt daarnaast als vereiste voor opzegging dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is of niet in de rede ligt. [7] Voor opzegging op de gronden c tot en met h (en dus ook de d-grond) dient de werkgever de kantonrechter te vragen de arbeidsovereenkomst te ontbinden (art. 7:671b BW). [8]
al dan niet via aanbod van een alternatieve functie. [16] Het derde criterium van artikel 5:1 lid 1 van Pro het Ontslagbesluit verplichtte de werkgever voldoende contact te hebben met de werknemer om verbetering teweeg te brengen in zijn functioneren (eventueel ook door scholing aan te bieden). Dat contact moet volgens de Beleidsregels gericht zijn op verbetering, en mag zich niet beperken tot het enkele “registreren” of “rapporteren” van het gesteld tekortschietende functioneren. [17] De werkgever dient de werknemer
tenminste nog één kanste geven om zich te verbeteren, zeker als er nog nooit eerder gestructureerd over het functioneren van de werknemer is gesproken, en verder blijkt dat de werknemer reeds lang in die functie acceptabel heeft gefunctioneerd. [18]
concreet verbetertraject. [22] In het verbetertraject/verbeterplan zullen de tekortkomingen van de werknemer worden beschreven en zal een helder (realistisch) tijdsplan staan: welke termijn wordt de werknemer gegeven of zijn functioneren te verbeteren. Het plan van aanpak zal zoveel mogelijk concrete doelstellingen bevatten. [23] Een verbetertraject kan in vele vormen plaatsvinden, ook op informele wijze, zolang maar voldoende duidelijk is getracht tot verbetering in het functioneren van de werknemer te komen. [24] De lengte van het verbetertraject hoeft niet afhankelijk te zijn van de duur van een dienstverband. [25] Onder omstandigheden kan een verbetertraject van 6 weken voldoende zijn (waarbij meespeelde dat het ging om ongeschoold werk dat voor een deel al jaren door de werknemer werd verricht). [26]
Mediant-beschikking [28] volgt dat het wettelijke bewijsrecht van toepassing is op de ontbindingsprocedure. De aangevoerde ontslaggrond (hier: de d-grond) moet bij voldoende gemotiveerde betwisting door de werknemer door de werkgever worden bewezen. Bij beantwoording van de vraag of dit bewijs is geleverd, is voldoende dat feiten en omstandigheden komen vast te staan waaruit redelijkerwijs kan worden afgeleid dat sprake is van ongeschiktheid van de werknemer. Of naar het oordeel van de rechter uit de vaststaande feiten en omstandigheden redelijkerwijs de gevolgtrekking kan worden gemaakt dat voldaan is aan de voorwaarden voor een geslaagd beroep op de d-grond, zal vooral afhangen van het over en weer door partijen aangevoerde. De rechter heeft een eigen, zelfstandige taak bij de beoordeling van de steekhoudendheid van de aangevoerde ontslaggrond. [29]
ongeschiktwas tot het verrichten van de bedongen arbeid en zo ja, of Era hem hiervan
tijdig in kennis heeft gestelden hem
in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeterenen of de ongeschiktheid niet het gevolg is van
onvoldoende zorgvan Era voor scholing of voor de werkomstandigheden van [verzoeker] . Tevens dient beoordeeld te worden op
herplaatsingvan [verzoeker] binnen een redelijke termijn niet mogelijk was geweest of niet in de rede had gelegen.
brievenvan 5 februari 2014 en 9 april 2015 en het feit dat Era heeft benadrukt dat [verzoeker] tijdens
informele gesprekkenop zijn disfunctioneren is gewezen. Het
enkele rapporterenvan gesteld tekortschietend functioneren is naar het oordeel van het hof echter
onvoldoendeom aan te nemen dat de werkgever de werknemer in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren. Daarvoor is vereist dat de werkgever de werknemer
concreet en structureel aanwijzingen geeft, zodat het voor de werknemer duidelijk is op welke punten hij zich dient te verbeteren en daarnaast dat de werkgever het functioneren regelmatig evalueert. Era heeft [verzoeker] ondersteuning en begeleiding gegeven, maar dit is
niet structureelgebeurd. Dit alleen is daarom onvoldoende om tot het oordeel te komen dat Era [verzoeker] in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren (rov. 5.11);
scholinggeschikt zou zijn geweest om zijn functioneren te verbeteren (rov. 5.12);
herplaatsingvan [verzoeker] in juni 2015 als deeluitvoerder op het project in Soest
én[verzoeker] in de
gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeterenéneen maatregel heeft genomen om
ontslag van [verzoeker] te voorkomen. [verzoeker] heeft met deze herplaatsing een reële kans gekregen om binnen het bedrijf van Era werkzaam te blijven (rov. 5.13);
zijn kant van het verhaal te doen(rov. 5.14);
neergelegd bij zijn herplaatsingals deeluitvoerder op het project in Soest en geen stappen heeft ondernomen om terugkeer in zijn functie als projectcoördinator te bewerkstelligen (rov. 5.14); en
herplaatsinghad volgens het hof ook
niet in de redegelegen gelet op de herplaatsing van [verzoeker] in Soest en de overige feiten en omstandigheden (rov. 5.15).
onderdeel 1.2) en 5.13 (
onderdeel 1.1) waarin het hof oordeelt over de mate waarin Era [verzoeker]
in de gelegenheid heeft gesteldom zijn functioneren (als projectleider dan wel deeluitvoerder) te verbeteren. Het hof zou hiermee hebben miskend, dan wel zijn beschikking ontoereikend hebben gemotiveerd, dat het in art. 7:669 lid 3 aanhef Pro en sub d gaat om het
in voldoende mate in de gelegenheid stellenom het functioneren te verbeteren.
in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteldzijn functioneren te verbeteren (…)” [onderstreping A-G]. Vervolgens onderzoekt het hof of sprake is geweest van disfunctioneren van [verzoeker] (hetgeen zo is – zo oordeelt het hof in rov. 5.10) en bekijkt daarna “de
wijze waarop en de mate waarinEra [verzoeker] in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren als projectuitvoerder te verbeteren” [onderstreping A-G] (rov. 5.11). Het hof overweegt in dat kader dat het enkel rapporteren van gesteld tekortschietend functioneren onvoldoende is om aan te nemen dat de werkgever de werknemer in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren. “Voor dit laatste is vereist dat een werkgever de werknemer concreet en structureel zodanige aanwijzingen geeft dat het voor de werknemer duidelijk is op welke punten hij zich dient te verbeteren en voorts dat de werkgever het functioneren regelmatig evalueert.” In rov. 5.13 merkt het hof dan op dat Era met de herplaatsing van [verzoeker] in juni 2015 als deeluitvoerder én [verzoeker] in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren én op deze wijze een maatregel heeft genomen om ontslag van [verzoeker] te voorkomen. Het hof komt dan tot de slotsom dat Era [verzoeker] een reële kans heeft geboden om binnen haar bedrijf werkzaam te blijven (rov. 5.13). Hieruit volgt dat het hof de juiste maatstaf vooropstelt en vervolgens ook (op begrijpelijke wijze) aan deze maatstaf toetst.
projectcoördinator te verbeteren. Het aanbieden van de alternatieve functie (als deeluitvoerder) zou er namelijk niet voor kunnen zorgen dat [verzoeker] zijn functie als projectcoördinator kan verbeteren.
an sichniet voldoende zijn om aan te nemen dat Era [verzoeker] in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren), dat niet voldoende is onderbouwd door [verzoeker] welke scholing zijn functioneren zou hebben kunnen verbeteren, dat [verzoeker] een alternatieve functie is aangeboden door Era (waartegen hij zich niet heeft verzet) en dat [verzoeker] zijn visie op het geheel niet kenbaar heeft gemaakt. Dit oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk. Het aanbieden van een alternatieve functie kan ook een manier zijn om de werknemer in de gelegenheid te stellen zijn functioneren te verbeteren, zo volgt uit de Beleidsregels van het UWV. In de bestreden beschikking heeft het hof geoordeeld dat [verzoeker] door de aangeboden alternatieve functie van deeluitvoerder (o.a.) de mogelijkheid heeft gehad zijn functioneren te verbeteren. Dit is onjuist noch onbegrijpelijk.
bedongen arbeid(i.e. projectcoördinator i.p.v. deeluitvoerder).
als projectuitvoerderte verbeteren” [onderstreping A-G]. Het hof toetst dus wel degelijk of Era [verzoeker] de gelegenheid heeft geboden zijn functioneren als projectuitvoerder te verbeteren. Uit het juridisch kader volgt dat het aanbieden van een alternatieve functie één van de mogelijkheden is om dit te bewerkstelligen.
onderdeel 2.1) dat indien het hof heeft geoordeeld dat de herplaatsing van [verzoeker] - dan wel demotie/functiewijziging van [verzoeker] – berustte op wederzijds goedvinden/wilsovereenstemming tussen Era en [verzoeker] , dit oordeel in het licht van bepaalde door [verzoeker] aangevoerde stellingen, onjuist dan wel ontoereikend gemotiveerd is.
in casusprake zou zijn geweest van een wijziging van [verzoeker] ’ functie, nl. een wijziging van de bedongen arbeid, is dit oordeel in het licht van het voorgaande onderdeel onjuist en/of ontoereikend gemotiveerd, zo betoogt [verzoeker] met
subonderdeel 2.2.
de bedongen arbeidals zodanig niet gewijzigd is, en dat het bij de beoordeling van de vraag of Era [verzoeker] in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld om zijn functioneren te verbeteren blijft gaan om [verzoeker] ’ functioneren als projectcoördinator.
onderdeel 3wordt er vanuit gegaan dat het hof
nietheeft miskend dat het er voor wat betreft de d-grond op aankomt of Era [verzoeker] in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren
als projectcoördinatorte verbeteren. ’s Hofs oordeel zou in dat geval niet - dan wel ontoereikend - gemotiveerd zijn, zo voert [verzoeker] in
onderdeel 3.1aan, omdat:
structureelis gebeurd, nu volgens Era voornamelijk sprake was van
troubleshooting;
naasthetgeen het hof in rov. 5.11 (en 5.12) heeft overwogen, de omstandigheid voordoet dat Era met de herplaatsing van [verzoeker] in juni 2015 als deeluitvoerder op het project in Soest én [verzoeker] in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren én op deze wijze een maatregel heeft genomen om ontslag van [verzoeker] te voorkomen.
Met deze herplaatsingheeft Era [verzoeker] een reële kans geboden om binnen haar bedrijf werkzaam te blijven, aldus het hof in rov. 5.13. Dit is niet onbegrijpelijk.
nogmaalseen kans moet worden geboden. Het vervullen van de functie van deeluitvoerder was deze (ene) kans voor [verzoeker] . Era hoefde niet ook in deze functie maatregelen te treffen om hier (nogmaals) het functioneren van [verzoeker] te verbeteren. Daarom is niet onbegrijpelijk dat door het hof niet is onderzocht of [verzoeker] in het kader van de herplaatsing voldoende in de gelegenheid is gesteld om zijn functioneren te verbeteren en of hij in dit kader structurele aanwijzingen van Era heeft gekregen. Daarbij kan nog worden opgemerkt dat het hof in rov. 5.9 overweegt (i) dat [verzoeker] niet heeft betwist dat hij bij een vorige werkgever als uitvoerder werkzaam is geweest zodat de functie als deeluitvoerder naar het oordeel van het hof aansloot bij eerdere door hem opgedane kennis en ervaring en om die reden passend kan worden geacht, (ii) dat uit het verslag van 11 februari 2015 (waarvan [verzoeker] de juistheid niet - althans onvoldoende gemotiveerd - heeft betwist) blijkt dat [verzoeker] beperkte taken diende de verrichten, en (iii) dat uit de verklaring van [betrokkene 2] volgt dat de functie van deeluitvoerder in het verlengde van de kennis en ervaring van [verzoeker] lag en hij “met twee vingers in zijn neus dit werk [zou] moeten kunnen doen”. Gezien deze overwegingen van het hof is eveneens niet onbegrijpelijk dat het hof geen verder onderzoek heeft gedaan naar de begeleiding van [verzoeker] in deze alternatieve functie.
subonderdeel 3.1aangevoerde klachten falen.
als deeluitvoerderte verbeteren, het hof heeft miskend waarover in 2.1 geklaagd wordt en dit oordeel gezien onderdeel 3.1 onvoldoende gemotiveerd is.
als projectuitvoerder.
onderdeel 5aan dat het hof in rov. 5.12 de verplichting van Era ter zake van scholing te makkelijk zou hebben weggeschreven.
Subonderdeel 5.1richt zich tegen het (kennelijke) oordeel van het hof zoals besloten in deze rechtsoverweging dat
in casuniet van belang zou zijn – of minder zwaar zou wegen – dat het in de eerste plaats op de weg van de werkgever ligt om in het kader van het verbeteren van het functioneren van een werknemer voorstellen voor scholing te doen. Het hof zou hierbij hebben miskend dat weliswaar in het algemeen van een werknemer zelf ook enig initiatief mag worden verwacht ten aanzien van scholing, maar dat dit niet meebrengt dat in een ‘d-grondcontext’, waarin het gaat om het functioneren van een werknemer die volgens de werkgever ongeschikt is tot het verrichten van de bedongen arbeid, geen of minder gewicht zou toekomen aan het gegeven dat het in de eerste plaats aan de werkgever is om voorstellen te doen met betrekking tot scholing. Als de werknemer zich erop beroept dat de werkgever geen of te weinig scholingsvoorstellen heeft gedaan, zou dit minst genomen een belangrijke factor moeten zijn bij beantwoording van de vraag of de werkgever de werknemer in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld om zijn functioneren te verbeteren, aldus [verzoeker] .
niethet gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing van de werknemer. Era heeft in de feitelijke gedingstukken aangevoerd dat de tekortkomingen van [verzoeker] niet hebben gelegen in het ontbreken van scholing.
subonderdeel 6.1betoogt [verzoeker] dat hieruit niet (dan wel niet zonder meer) kan volgen dat hetgeen waarover in de voorgaande onderdelen wordt geklaagd ‘dus’ niet onjuist en/of ontoereikend gemotiveerd zou zijn.
bestrijding van oordeelsvorming in rov. 5.15”), maar bevat voor de rest een herhaling van onderdeel 6, zodat voor de beoordeling van dit onderdeel kan worden verwezen naar hetgeen bij onderdeel 6 is vermeld.