Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM- LEEUWARDEN
[verweerster],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
Voorbereiding
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De werknemer trad in 2003 in dienst bij de werkgever als productiemedewerker en kreeg later de functie manufacturing employee B. Vanaf 2011 werden diverse tekortkomingen in zijn functioneren vastgesteld, waaronder onvoldoende veiligheids- en kwaliteitsbewustzijn, communicatieproblemen en fouten bij het bedienen van machines.
In 2015 startte de werkgever een verbetertraject na monitoring van het werk van de werknemer, waarin hij begeleid werd bij werkzaamheden aan de inpaktafel en zaagmachine. Ondanks intensieve begeleiding en meerdere gesprekken verbeterde het functioneren onvoldoende. De werknemer maakte regelmatig fouten, liet buizen vallen en voldeed niet aan de productie-eisen.
De werknemer betwistte zijn ongeschiktheid en stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkte beheersing van de Nederlandse taal. Het hof oordeelde echter dat de werkgever tijdig had geïnformeerd over de tekortkomingen, voldoende verbetermogelijkheden had geboden en dat de taalbeheersing geen belemmering mocht zijn gezien de duur van het dienstverband en de aard van het werk.
Het hof bevestigde de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met toekenning van een transitievergoeding en veroordeelde de werknemer in de kosten van het hoger beroep. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden wegens ongeschiktheid tot het verrichten van de bedongen arbeid, waarbij de werkgever voldoende zorg had gedragen voor verbetering van het functioneren.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ongeschiktheid.