Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof ten onrechte een beroep op nietigheid van de dagvaarding heeft verworpen. Het beroep was erop gebaseerd dat de beschrijvingen in de tenlastelegging van afbeeldingen van kinderpornografische opnamen niet herleidbaar zijn tot specifiek aangeduide afbeeldingen. Het hof heeft dat verweer volgens het eerste middel op ontoereikende gronden verworpen.
tweede middelklaagt dat het hof een beroep op afwezigheid van alle schuld onbesproken heeft gelaten. Verdachte zou zich - aldus het pleidooi in hoger beroep - niet hebben gerealiseerd dat bepaalde afbeeldingen als pornografisch zouden kunnen worden aangemerkt, nu een deel van het materiaal eerder in beslag was genomen maar weer is teruggegeven.