Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof de bewezenverklaring van feit 1 in beslissende mate heeft doen steunen op de verklaringen van de getuigen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . De verdediging heeft verzocht deze getuigen te kunnen ondervragen maar dat heeft het hof niet toegestaan. Het hof heeft het gebruik van de verklaringen van deze getuigen voor het bewijs ontoereikend gemotiveerd.
tweede middelklaagt dat het hof is afgeweken van een door de verdediging uitdrukkelijk onderbouwd standpunt zonder in het bijzonder de redenen voor die afwijking aan te geven. Dat standpunt komt erop neer dat verdachte niet opzettelijk kinderpornografisch materiaal op zijn computer in bezit had. Het kan niet anders of er bevond zich nog kinderpornografisch materiaal op de gegevensdragers die verdachte van de politie heeft teruggekregen en die hij zonder acht te slaan op de inhoud weer naar zijn computer heeft gekopieerd.
derde middel, dat klaagt over een schending van de redelijke termijn in cassatie. Op 30 juni 2016 is het cassatieberoep ingesteld. Het dossier is eerst op 26 april 2017 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen. Dat dient te leiden tot een verlaging van de opgelegde straf.