Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van de middelen voor het overige
5.Beslissing
31 januari 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond een gewelddadige straatroof in Amsterdam op 7 december 2013 centraal, waarbij verdachte samen met anderen een mobiele telefoon, horloge en ketting van het slachtoffer heeft weggenomen onder gebruik van geweld. Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld op basis van verklaringen van het slachtoffer, getuigen en andere bewijsmiddelen.
De verdediging had tijdens het hoger beroep meerdere voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verzoeken gedaan om getuigen te horen, waaronder het slachtoffer en andere betrokkenen. Het hof heeft deze verzoeken afgewezen omdat de noodzakelijkheid ervan niet voldoende was aangetoond. Daarnaast gebruikte het hof een verklaring van een niet-ondervraagde getuige als bewijs, wat door de verdediging werd bestreden wegens strijd met art. 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verdediging het voorwaardelijk verzoek tot het horen van het slachtoffer niet heeft gehandhaafd en dat de afwijzing van de getuigenverzoeken niet onbegrijpelijk is. Tevens is het gebruik van de verklaring van de niet-ondervraagde getuige niet in strijd met art. 6 EVRM Pro, omdat de betrokkenheid van verdachte voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor gewelddadige straatroof blijft in stand.