Conclusie
middelhoudt in dat het hof heeft miskend dat de verdachte niet in zijn hoger beroep kon worden ontvangen voor het feit waarvan hij in eerste aanleg is vrijgesproken.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor poging tot zware mishandeling van één persoon en vrijgesproken voor poging tot zware mishandeling van een tweede persoon. In hoger beroep veroordeelde het hof de verdachte voor medeplegen van poging tot zware mishandeling van beide personen. De Hoge Raad stelt vast dat het hof zonder nadere motivering onduidelijk heeft geoordeeld over de samenhang van de tenlasteleggingen en de toepassing van art. 57 Sr Pro, waardoor de strafrechtelijke kwalificatie en het oordeel niet begrijpelijk zijn.
De Hoge Raad benadrukt dat volgens art. 404 lid 5 Sv Pro de verdachte alleen hoger beroep kan instellen tegen die tenlasteleggingen waarin hij niet volledig is vrijgesproken in eerste aanleg. Het hof heeft echter de poging tot zware mishandeling van de tweede persoon bewezen verklaard terwijl deze in eerste aanleg was vrijgesproken, zonder dit te motiveren in het licht van de samenhang van de feiten.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het hof of een ander hof voor een nieuwe berechting binnen het bestaande hoger beroep. De Hoge Raad overweegt dat een beperkte vernietiging mogelijk was, maar kiest voor volledige vernietiging vanwege de complexiteit en mogelijke misverstanden.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging aangetroffen. De zaak betreft een poging tot zware mishandeling gepleegd op 3 februari 2014 in Nijmegen, waarbij de verdachte samen met anderen betrokken was.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onduidelijke motivering en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.