Conclusie
1.Feiten en procesverloop
het Project).
GolfOne Group), die als doel had het exploiteren van het Project en tevens als holdingmaatschappij fungeerde;
GolfOne Host), die als doel had geld aan te trekken voor de voorontwikkelingskosten van GolfOne Group;
CPC), die de verkooprechten van de verschillende beleggingsproducten van GolfOne Group had;
Caribbean Comfort), die namens CPC appartementsrechten verkocht; en
DR Marketing), een dochter van CPC, die als doel had het stimuleren van de verkoop van appartementsrechten door CPC en Caribbean Comfort.
c.s..
TMF Management) was, samen met [betrokkene 2],
TMF Nederland) wordt in de stukken aangeduid als trustee. Zij trad niet als bestuurder op.
[eisers]) hebben op enig moment tussen 1997 en november 2002 in het Project geïnvesteerd door het kopen van aandelen in DR Marketing, in Carribean Comfort en/of in GolfOne Host.
TMF c.s.).
Wte)) en dat over de voor effectenbemiddelaars vereiste vergunning werd beschikt (art. 7 Wte Pro). [7]
TMF c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan hen van € 1.541.217 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2015, en om TMF c.s. te veroordelen in de kosten van de procedure”. [10] Zij wijzen vooral op het vertrouwen dat zij meenden te kunnen ontlenen aan de deelname van een gerenommeerde trustorganisatie als TMF aan het Project. [11]
TMF Managementmaken wegens schending van de Wte:
hebben [eisers] naar het oordeel van het hof onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan tot een persoonlijk onrechtmatig handelen/nalaten van TMF Management in de hiervoor omschreven zin kan worden geconcludeerd. De stelling van [eisers] dat naleving van de effectenwetgeving een collectieve verantwoordelijkheid van het bestuur behoort te zijn en dat iedere bestuurder daarvoor verantwoordelijk is, is wellicht van belang voor de interne verantwoordelijkheid van een bestuurder jegens de vennootschap. Daaruit volgt echter nog niet dat dé bestuurder die niet op de naleving heeft toegezien jegens een derde persoonlijk onrechtmatig handelen kan worden verweten. In dit geval gaat het om een project waarvan [betrokkene 2] de geestelijk vader en initiator was, zoals ook tot uitdrukking is gebracht in het voorwoord van [betrokkene 2] als CEO GolfOne Group in het Emissieprospectus Macao Beach, Inc. (prod. 3 cva). [betrokkene 2] was Nederlander met connecties in Nederland. Hij was bij uitstek de persoon om de aanbieding en verkoop van aandelen in Nederland in het kader van het Project ter hand te nemen. TMF Management was (mede)bestuurder van vier van de (BV1) vennootschappen die ten behoeve van het project waren opgericht. TMF Management was een op de British Virgin Islands gevestigde vennootschap. Gelet op het feit dat zij het verlenen van management- en administratieve services als bedrijfsvoering had, mag worden aangenomen dat laatstgenoemde omstandigheid een belangrijke reden is geweest om haar voor de bestuursfuncties in de BVI vennootschappen in te zetten. Van enige specifiek aan haar toebedeelde taak, anders dan de registratie van de DR Marketing inschrijvingen en het versturen van de aandeelbewijzen voor die aandelen en het (in dit geding verder niet relevante, aan TMF Nederland gedelegeerde) beheer van de depotbetalingen voor de appartementsrechten, is niet gebleken. Dat TMF Management zich niet heeft bemoeid met de aanbieding en verkoop van aandelen DR Marketing, GolfOne Host en Caribbean Comfort door [betrokkene 2] c.s. in Nederland en er niet op heeft toegezien of daarbij de Nederlandse regelgeving wel in acht werd genomen, kan haar, zo zij daarvoor al intern verantwoordelijk zou kunnen worden gesteld, in de hiervoor omschreven omstandigheden naar het oordeel van het hof niet persoonlijk als een zodanig onzorgvuldig handelen jegens [eisers] worden verweten dat zij op die grond persoonlijk voor de door [eisers] daardoor geleden schade aansprakelijk kan worden gehouden.
Door [eisers] zijn verder geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat TMF Management heeft geweten of redelijkerwijs heeft behoren te weten dat [betrokkene 2] c.s. in strijd met de Nederlandse regelgeving voormelde aandelen in Nederland hebben aangeboden en verkocht en dat [eisers] daarvan nadeel zouden ondervinden.” (onderstreping toegevoegd)
TFM Managementin het Macao Beach Prospectus overweegt het hof het volgende:
Voldoende concrete feiten en omstandigheden op grond waarvan ook TMF Management als medebestuurder van GolfOne Group ter zake persoonlijk onzorgvuldig handelen of nalaten jegens derden zou moeten worden verweten, zijn - in aanmerking genomen de hiervoor voor aansprakelijkheid van TMF Management niet toereikend gevonden feiten en omstandigheden - door [eisers] onvoldoende gesteld. In het bijzonder zijn door [eisers] geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit kan blijken dat TMF Management bekend is geweest met de door [eisers] gestelde onjuistheden in het prospectus.” (onderstreping toegevoegd)
TMF Nederlandoverweegt het hof als volgt. [eisers] stellen dat TMF Nederland zich jegens hen heeft geprofileerd als trustee voor de gehele GolfOne Group (rov. 3.7.3). Op basis van het arrest van het hof Amsterdam staat reeds vast dat de kopers van aandelen DR Marketing geen rechten konden ontlenen aan het prospectus Macao Beach Inc. dan wel aan het latere prospectus Columbus Beach & Golf Resort. [12] Uit die prospectussen blijkt niet dat TMF Nederland de inleg van de aandeelhouders in DR Marketing zou beheren (rov. 3.7.5). Het moge zo zijn dat [eisers] mede tot hun beleggingen zijn overgegaan omdat het verbonden zijn van TMF c.s. aan het Project heeft bijgedragen aan hun vertrouwen daarin, maar dat biedt geen grondslag voor de brede toezichthoudende taak die [eisers] TMF Nederland willen toedichten (rov. 3.7.7). Het hof concludeert dat
2.Het cassatiemiddel; algemene opmerkingen
hoedanigheid van bestuurdervan de verschillende BVI-projectvennootschappen genoemd in 1.1.5 en 1.1.6.
nalatenbij haar taakvervulling als bestuurder van die vennootschappen.
TMF Managementbetreft zou het nalaten zitten in het niet-optreden tegen onrechtmatig handelen van medebestuurder [betrokkene 2]. Daardoor, zou TMF Management jegens hen kennelijk een zorgvuldigheidsnorm hebben geschonden.
TMF Nederlandhouden in dat [eisers] erop mochten vertrouwen dat deze entiteit een toezichthoudende rol op zich zou nemen, door als onderdeel van een
trustorganisatiebepaalde taken ter waarborging van de belangen van investeerders voor haar rekening te nemen. TMF Nederland was geen bestuurder van een van de projectvennootschappen en wordt niet uit dien hoofde aangesproken. Niettemin maken [eisers] na verwijzing aan TMF Nederland nagenoeg gelijkluidende verwijten als aan TMF Management in haar hoedanigheid van bestuurder. [16]
mogelijkook,
afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als
bestuurder(i) namens de vennootschap heeft gehandeld dan wel (ii)
heeftbewerkstelligd of
toegelaten dat de vennootschap haar wettelijkeof contractuele
verplichtingen niet nakomt. In beide gevallen mag in het algemeen
alleen danworden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld waar hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in art. 2:9 BW Pro,
een voldoende ernstig verwijtkan worden gemaakt (vgl. HR 18 februari 2000, nr. C98/208, NJ 2000, 295).
nalaten als bestuurderten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden
zodanig onzorgvuldigis dat hem daarvan
persoonlijk een ernstig verwijtkan worden gemaakt. Van een dergelijk ernstig verwijt zal
in iedergeval sprake kunnen zijn als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade.
Er kunnen zich echter ook andere omstandigheden voordoen op grond waarvan een ernstig persoonlijk verwijt kan worden aangenomen.” (onderstreping toegevoegd)
Ontvanger /Roelofsenis diverse malen bevestigd, onder andere in het arrest
Hezemans Airvan september 2014
. [19] De leidende overweging in dat arrest luidt:
persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Aldus gelden voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap hogere eisen dan in het algemeen het geval is. Een hoge drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een derde wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelingen van de vennootschap en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen (vgl. HR 20 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4959, NJ 2009/21).” (onderstreping toegevoegd)
ernstig verwijtals verhoogde drempel voor het aannemen van persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover derden. Het eerder gebruikte woord ‘voldoende’ (vóór: ernstig verwijt) komt niet terug, maar die term had niet echt een zelfstandige of kwalificerende betekenis. Verder wordt, net als in
Willemsen/NOM, [20] voor de ernstig verwijt-maatstaf als rechtvaardiging gegeven niet alleen dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelingen van de vennootschap en het dus ook de vennootschap is die moet worden aangesproken, maar ook het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen. [21] Uw Raad heeft tevens verduidelijkt dat het arrest ‘Spaanse villa’ [22] niet zag op de aansprakelijkheid als bestuurder, maar op de aansprakelijkheid van de betrokken persoon handelend
pro seals dienstverlener
. [23]
nietwist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat de onderneming als gevolg van die wetsschending haar verplichtingen jegens vennootschapscrediteuren niet zou kunnen nakomen.
Hoewel verdedigbaar is dat bij objectieve wetenschap van overtreding van voorschriften van de Wft ernstige verwijtbaarheid in beginsel gegeven is, de relativiteit van de onrechtmatigheid daargelaten (...), moet worden bedacht dat de normen uit de Wft niet altijd zo scherp en duidelijk zijn. Het is mijns inziens dus zaak voor de rechter om een veilige marge te nemen, anders gezegd een omslagpunt of peildatum te kiezen waarop
evidentof
onmiskenbaaris dat er in strijd met een wettelijke plicht wordt gehandeld.” [onderstreping toegevoegd; cursivering in origineel].
in beginsel gegeven is” in het onderstreepte zinsdeel lijken op het eerste gezicht steun te kunnen bieden voor het door [eisers] verdedigde concept van een vermoeden van bestuurdersaansprakelijkheid. Er zijn echter verschillen met de
Fortiszaak. Ten eerste is hier niet vastgesteld dat TMF Management “
objectieve wetenschap van overtreding van de voorschriften had”. Ten tweede was de norm die in de
Fortiszaak was geschonden (art. 5.58 (oud) Wft) een tot “
een ieder” gericht voorschrift, terwijl art. 3 en Pro art. 7 Wte Pro alleen tot aanbieders van effecten zijn gericht.
die strekken ter bescherming van het beleggend publiek(als daarvan al een goede afbakening te maken is). Indien aan voorschriften uit de Wft c.a. een zodanig gewicht wordt toegekend dat bestuurders persoonlijk aansprakelijk zijn wanneer zij overtreding daarvan hebben laten gebeuren, zullen andere wettelijke normen die het gedrag van ondernemingen reguleren, zoals het mededingingsrecht en het consumentenrecht, eveneens kandidaat zijn voor een dergelijke
status aparte. Andere publiekrechtelijke voorschriften met een groot maatschappelijk belang, zoals veiligheidsvoorschriften of milieuvoorschriften, zullen niet achterblijven. Op die manier dreigen binnen het aansprakelijkheidsrecht eilandjes te ontstaan, zonder dat daar een juridische (bijvoorbeeld Unierechtelijke) noodzaak voor bestaat.
een onvolledig en onjuist prospectus openbaar heeft gemaakt, hetgeen (…) [resulteerde] in misleidende mededelingen in de zin van art. 6:194 BW Pro.” Die aansprakelijkheid werd niet rechtstreeks op art. 6:194 BW Pro gebaseerd, maar op art. 6:162 BW Pro, waarbij werd vastgesteld dat aan de bestuurder(s) in kwestie persoonlijk een ernstig verwijt kon worden gemaakt. [32] Ook is een bestuurder aansprakelijk gehouden omdat de rechtspersoon het bemiddelingsverbod van art. 2:80 Wft Pro had overtreden. [33] De ernstig verwijt-maatstaf legt de lat voor aansprakelijkheid dus kennelijk niet zó hoog, dat bij niet-naleving van bepalingen uit het financiële recht aansprakelijkheid van bestuurders zich in de praktijk niet of nauwelijks zou kunnen voordoen. De onderhavige zaak illustreert dat: [betrokkene 2] is immers als handelend bestuurder van CPC en Carribean Comfort door het hof Amsterdam persoonlijk aansprakelijk gehouden. [34]
Intertrust/Ontvangerheeft Uw Raad bevestigd dat ook bij de toetsing van handelen of nalaten van ‘trustbestuurders’ de ernstig verwijt-maatstaf moet worden aangelegd. [35] Voor de volledigheid wijs ik erop dat er evenmin reden is om de ernstig verwijt-maatstaf voor trustmaatschappijen-bestuurders soepeler toe te passen dan voor ‘gewone’ bestuurders. [36] Voorkomen moet worden dat een soepeler regime op het vlak van bestuurdersaansprakelijkheid een prikkel vormt om vaker een trustmaatschappij als bestuurder aan te stellen. Er kunnen uiteraard andere redenen zijn om daar wél voor te kiezen.
persoonlijkeen ernstig verwijt kan worden gemaakt, wordt losgelaten althans sterk wordt afgezwakt. Ook deze stelling getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.
3.Bespreking van het cassatiemiddel; afzonderlijke onderdelen
alledoor partijen aangevoerde omstandigheden met zoveel woorden benoemt, hij dús zou hebben miskend dat de omstandigheden van het geval van belang kunnen zijn. De stellingen waarop het subonderdeel wijst, brengen ook niet mee dat het hof tot de door [eisers] gewenste gevolgtrekking had móeten komen, zodat het hof ook niet gehouden was daarop in te gaan.
subonderdeel 1.4klaagt over de begrijpelijkheid van de motivering van rov. 3.6.4 treft dit subonderdeel geen doel. Het oordeel van het hof, dat TMF Management geen ernstig verwijt treft, rust in belangrijke mate op de overweging dat haar geen specifieke taak was toegekend, anders dan administratie en registratiewerkzaamheden. [betrokkene 2] bemoeide zich met de aanbieding en de verkoop van de aandelen. Het oordeel van het hof dat TMF Management mede tegen die achtergrond niet persoonlijk aansprakelijk kan worden gehouden is niet onbegrijpelijk.
temeer klemt” bij vennootschappen met maar één bestuurder. Die situatie zou zich hebben voorgedaan bij GolfOne Host, CPC en Construction. Van toedeling van bestuurstaken aan een andere bestuurder kan geen sprake zijn, aldus het middel.
persoonlijkeen ernstig verwijt oplevert. Dat TMF Management er niet op heeft toegezien dat [betrokkene 2] de Nederlandse (effecten)wetgeving in acht nam is onvoldoende grond voor een ernstig verwijt, omdat niet is vastgesteld dat TMF Management wist dat [eisers] werden benadeeld dan wel dat behoorde te begrijpen.
behoordete weten van de onjuistheden.
“één of meer van de onderdelen 1.1-1.4, 2.1-2.3, 4.1 en/of 4.2 slaagt”. Aan die voorwaarde is, gelet op het vorenstaande, niet voldaan.
TMF Nederlandbinnen de GolfOne Groep.
Subonderdeel 6.1klaagt dat het hof twee essentiële stellingen ten onrechte niet heeft betrokken in de motivering van dit oordeel: (i) dat TMF Management haar taken had gedelegeerd aan TMF Nederland; en (ii) dat de heer R.A. Rijntjes in de relevante periode bestuurder was van zowel TMF Management als TMF Nederland.