ECLI:NL:RBUTR:2012:BV3753
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig handelen Fortis en oud-topmannen door misleidende informatie over solvabiliteit en dividend
De rechtbank Utrecht behandelde een civiele procedure waarin eisers stelden dat Fortis, haar voormalige CEO en financiële topman onrechtmatig hadden gehandeld door onjuiste en misleidende informatie te verstrekken over de solvabiliteit van Fortis en het dividendbeleid in de periode mei-juni 2008.
De rechtbank stelde vast dat Fortis en de genoemde bestuurders meerdere malen onjuiste en misleidende mededelingen hebben gedaan over de financiële positie, waaronder de solvabiliteit en het dividendbeleid, en dat zij koersgevoelige informatie over de verkoop van ABN AMRO-onderdelen (EC-Remedies) niet tijdig openbaar maakten. Dit handelen was in strijd met artikel 6:162 BW Pro en bepalingen van de Wet op het financieel toezicht zoals die tot 1 januari 2009 golden.
De bestuurders werden mede aansprakelijk gehouden op grond van diverse wettelijke bepalingen, waaronder artikel 2:139 BW Pro en 2:9 BW, wegens hun rol in het verstrekken van onjuiste informatie. De rechtbank gaf echter geen oordeel over de door eisers gestelde schade, aangezien hierover een nadere schadestaatprocedure moet worden gevoerd.
De procedure omvatte uitgebreide feitenvaststelling, waaronder bestuursnotulen, persberichten, e-mails en verslagen van het Executive Committee en de Raad van Bestuur. De rechtbank concludeerde dat Fortis en haar bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld jegens de beleggers door het verstrekken van een onjuiste voorstelling van zaken over de financiële situatie en het dividendbeleid.
Uitkomst: Fortis en oud-bestuurders hebben onrechtmatig gehandeld door misleidende informatie over solvabiliteit te verstrekken; schadevaststelling volgt in schadestaatprocedure.