Conclusie
middelbehelst de klacht dat het hof ten aanzien van de zaak met parketnummer 16/281091-14 ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft geoordeeld dat het tonen van camerabeelden in een televisieprogramma en op internet toelaatbaar was, aangezien daarvoor geen toestemming was gegeven door de hoofdofficier van justitie en door het tonen van die camerabeelden inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte, terwijl daarbij niet is voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.
NJ2016/111 m.nt. Myjer, onder meer de klacht dat het hof een ander beoordelingskader, waarin de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit een rol spelen, had moeten toepassen.
- het publieke dan wel private karakter van de op het beeldmateriaal waarneembare plaats waar de verdachte zich bevindt;
- de persoon van de verdachte, waaronder diens leeftijd of bijzondere kwetsbaarheid;
- de hoedanigheid van de verdachte, zoals de publieke bekendheid van de verdachte, dan wel de omstandigheid dat hij wordt verdacht van een (ernstig) strafbaar feit;
- de mate van herkenbaarheid van de verdachte op het beeldmateriaal en de aard en de indringendheid van de informatie, die door het beeldmateriaal wordt verstrekt, omtrent de identiteit, de uiterlijke kenmerken of de gedragingen van de verdachte;
- het doel waarmee het beeldmateriaal is vergaard en geopenbaard, waarbij aan de orde kan komen of het gaat om de opsporing of de identificatie van de verdachte van een (ernstig) strafbaar feit en of het voorzienbaar is dat het beeldmateriaal wordt gebruikt op een wijze die verder gaat dan hetgeen redelijkerwijze nodig is voor het te bereiken doel;
- de wijze van vergaring en openbaarmaking van het beeldmateriaal, waarbij aan de orde kan komen of het beeldmateriaal is gemaakt en gepubliceerd met toestemming van de verdachte, of de beeldopnamen zijn gemaakt op publieke plaatsen waar opnameapparatuur normaliter wordt gebruikt met een gelegitimeerd en voorzienbaar doel, en of er sprake is van een naar tijd en reikwijdte beperkt gebruik dan wel dat de beelden integraal zijn vrijgegeven aan het algemene publiek; en
- de mate waarin het beeldmateriaal in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving is verkregen en verspreid. [8]