Uitspraak
1.Geding in cassatie
2 Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beslissing
20 mei 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor verduistering van geldbedragen van de rekening van zijn vader. De bewezenverklaring steunde op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van de aangever, proces-verbalen en rekeningafschriften.
Verdachte stelde dat hij toestemming had om dagelijks €100 op te nemen als vergoeding voor zorg aan zijn moeder, maar het hof verwierp dit verweer vanwege het ontbreken van schriftelijke vastlegging en tegenstrijdige omstandigheden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte een niet-redengevend deel van de verklaring van verdachte onder de bewijsmiddelen had opgenomen.
Desondanks leidde dit formele gebrek niet tot vernietiging omdat de bewezenverklaring ook zonder dit onderdeel voldoende gemotiveerd was. De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest en verwierp het beroep van verdachte.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor verduistering blijft gehandhaafd.