Conclusie
1.Feiten en procesverloop
“Hierbij doen wij u de rekening toekomen van de werkzaamheden welke tot nu toe bij u zijn uitgevoerd.”
“Verantwoording door deskundige”onder verwijzing naar de leidraad deskundigen in civiele zaken bericht dat hij onafhankelijk staat ten opzichte van betrokken partijen en dat hij niet eerder op enigerlei wijze bij het geschil betrokken is geweest. In dat verband heeft hij bovendien gewezen op de “Code of Integrity" van SGS. De deskundige heeft verder vermeld dat hij de opdracht zelfstandig, onpartijdig en naar beste weten heeft uitgevoerd en dat hij geen derden heeft ingeschakeld. Mede in het licht van deze eigen verklaring van de deskundige is de enkele eerdere bemoeienis van [betrokkene 3] onvoldoende redengevend voor het oordeel dat de deskundige zijn opdracht niet onafhankelijk en onpartijdig heeft uitgevoerd. Nu [eiseres] geen andere feiten heeft gesteld die aanleiding geven tot twijfel aan de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de deskundige, zal het hof haar verzoek om geen acht te slaan op het deskundigenrapport en een nieuwe deskundige aan te wijzen verwerpen.”
2.Bespreking van het principale cassatiemiddel
equality of armsin acht is genomen en voldoende gelegenheid tot tegenspraak is geboden. [10] Onder verwijzing naar deze rechtspraak oordeelde HR 6 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:523: [11]
equality of arms. In dit verband kan ook aan de vrees van een procespartij voor partijdigheid van een deskundige een zeker gewicht toekomen. Een zodanige vrees is echter niet van beslissende betekenis; wél van beslissende betekenis is of de twijfels die door de schijn van partijdigheid worden gewekt, objectief gerechtvaardigd zijn (EHRM 5 juli 2007, ECLI:NL:XX:2007:BB5086, NJ 2010/323, par. 47-48).
subonderdeel 1.1) en is ook onbegrijpelijk nu uit het deskundigenrapport blijkt dat partijen de opdracht aan SGS hebben verleend (
subonderdeel 1.2), aldus de klachten.
subonderdeel 1.3), temeer nu (a) [betrokkene 2] werkzaam is op het vakgebied van [verweerder] c.s., (b) [betrokkene 2] en [betrokkene 3] senior zijn in een kleine vestiging van SGS en (c) de benoeming van de deskundige buiten het zicht van het hof heeft plaatsgevonden (
subonderdeel 1.4).
subonderdeel 1.5), temeer nu de bezwaren (2) en (3) een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid behelzen waaraan het hof niet ongemotiveerd voorbij mocht gaan (
subonderdeel 1.6).
subonderdeel 1.3ten onrechte stelt dat het hof daarop uitsluitend is afgegaan. Of het hof te véél gewicht heeft gehecht aan de verklaring van de deskundige, zoals subonderdeel 1.3 ook aanvoert, laat zich in cassatie niet beoordelen, verweven als het oordeel van het hof is met omstandigheden van feitelijke aard. Dat het hof gewicht mag toekennen aan de in het rapport opgenomen verklaring van de deskundige waarin deze verantwoording aflegt van zijn werkwijze, wordt door het middel als zodanig – terecht – niet bestreden.
subonderdeel 1.4aanvoert, behoefde het hof zijn oordeel niet nader te motiveren in het licht van de in het subonderdeel aanvoerde stellingen. Op deze stellingen, wat daar verder van zij, is in feitelijke instanties geen beroep gedaan (de cassatiedagvaarding verwijst ook niet naar vindplaatsen in de gedingstukken). Het hof kan daarom met name niet verweten worden niet te zijn ingegaan op stelling (b), dat [betrokkene 2] en [betrokkene 3] senior zijn in een kleine vestiging van SGS.
subonderdeel 1.5 onder (1)‘verzwijgt’ het rapport van de deskundige dat er voorafgaand contact is geweest tussen [betrokkene 3] van SGS en [betrokkene 4] en dat [betrokkene 4] een kopie van de berekening aan [betrokkene 3] heeft gezonden.
subonderdeel 1.5 onder (3)wijst − dat onaanvaardbaar is dat [verweerder] c.s. hebben voorgesteld als deskundige te benoemen SGS, waardoor zij zich eerder/kort daarvoor had laten adviseren. Anders dan subonderdeel 1.5 aanvoert, heeft het hof ook op deze stelling gereageerd. In rov. 2.23 beschrijft het hof de feitelijke gang van zaken en in rov. 2.24 verwerpt het hof de stelling dat SGS de deskundige is.
subonderdeel 1.5 onder (2)behoefde het hof daarom niet nader in te gaan. De klacht dat het hof dat wel had moeten doen, faalt daarom.
subonderdeel 1.6faalt.
subonderdelen 2.1 en 2.2richten zich met louter voortbouwende klachten tegen de rov. 2.29, 2.32-2.35, 2.43-2.48 en 2.55 waarin het hof, (mede) op basis van het deskundigenrapport, een aantal kostenposten behandeld. Deze klachten falen in het voetspoor van onderdeel 1.
3.Bespreking van het incidentele cassatiemiddel
subonderdeel 1.1heeft het hof onvoldoende gerespondeerd op essentiële stellingen waarin [verweerder] c.s. hebben betoogd dat, kort gezegd, niet aan de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de deskundige behoeft te worden getwijfeld.
Subonderdeel 1.2betoogt dat het hof ten onrechte een door [verweerder] c.s. gedaan (getuige)bewijsaanbod ongemotiveerd heeft gepasseerd, welk bewijs volgens [verweerder] c.s. [29] was aangeboden voor het geval het hof zou twijfelen aan de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de deskundige. De
subonderdelen 1.3 t/m 1.5zien eveneens op het passeren van dit aanbod tot getuigenbewijs.