Conclusie
“overtreding van artikel 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994”tot een geldboete van € 150,00 euro.
middelklaagt over de verwerping van een ontvankelijkheidsverweer.
strafrechter over ‘hetzelfde feit’. Desalniettemin kan volgens de Hoge Raad het aan dit artikel onderliggende beginsel in beeld komen indien de administratieve reactie op hetzelfde delict vergelijkbaar is met een strafrechtelijke sanctie, dat wil zeggen wanneer die administratieve reactie punitief van aard is. Daarbij is niet doorslaggevend dat de wetgever die maatregel heeft geschaard onder het bestuursrecht.
“de stijgende aandacht voor wettelijke bepalingen die moeten voorkomen dat het inkomen van de burger door beslagleggingen of sancties onder een bepaald minimum, met name de beslagvrije voet, zakt”, thans wél aangemerkt moeten worden als bestraffing (‘criminal charge’).
“om een uitzonderlijke situatie waarin twee procedures over een identiek verweten gedraging hun directe oorsprong vonden in hetzelfde feit met sterk gelijkende gevolgen”. [12] Van eenzelfde uitzonderlijke situatie is ten aanzien van de oplegging van de LEMA m.i. geen sprake. De financiële verplichting die de oplegging van de LEMA meebrengt is significant lager dan die van het ASP en het is mij ook niet duidelijk op welke wettelijke bepalingen inzake het inkomen van de burger het middel doelt, noch wordt die stelling nader toegelicht. Voorts waren de gevolgen van het ASP, zoals de lange duur van het programma en de ingrijpende beperking van de rijbevoegdheid, vele malen verstrekkender dan die van de LEMA. Het is inderdaad mogelijk dat indien de LEMA niet wordt betaald of de cursus niet (volledig) wordt gevolgd het rijbewijs ongeldig wordt verklaard, maar dat betreft geen reactie op het rijden onder invloed van alcohol maar een reactie op het gebrek aan medewerking aan een maatregel van administratieve aard die naar mijn inzicht niet onredelijk bezwarend is. [13]