Conclusie
“Hoger beroep tegen dit vonnis kan slechts worden ingesteld door een advocaat bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De termijn van hoger beroep is acht dagen te rekenen na de dag van de uitspraak van het vonnis.”
Parket bij de Hoge Raad
Bij vonnis van 9 juli 2013 werd de schuldsaneringsregeling op verzoekster van toepassing verklaard. Tijdens de regeling ontstond een nieuwe schuld van €13.575,- aan de belastingdienst wegens ten onrechte ontvangen kinderopvangtoeslag. De rechtbank verlengde op 27 juli 2017 de looptijd van de regeling met twee jaar en ontheefde verzoekster van haar verplichtingen. Verzoekster stelde hoger beroep in tegen deze verlenging, maar het hof verklaarde haar niet-ontvankelijk omdat het vonnis volgens het hof een tussenvonnis was.
De Hoge Raad oordeelt dat het vonnis van de rechtbank wel degelijk een einduitspraak is over de verlenging van de schuldsaneringsregeling en dat op grond van artikel 349a lid 3 Fw tegen deze beslissing hoger beroep openstaat. Het hof heeft het systeem van beëindiging en verlenging van de schuldsaneringsregeling miskend door het vonnis als tussenvonnis te kwalificeren.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling. Hiermee wordt bevestigd dat tegen een verlenging van de schuldsaneringsregeling hoger beroep mogelijk is, ook als de reguliere termijn al is verstreken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.