Conclusie
eerste middelkomt op tegen het oordeel van het hof dat het recht tot strafvordering ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde feit, voor zover daarin is opgenomen dat de verdachte de stoffelijke overschotten van de slachtoffers heeft verborgen, niet is verjaard en dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging daarvan.
tweede middelkomt op tegen het oordeel van het hof dat de verdachte opzet had op de dood van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] .
Feiten en omstandigheden