Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat het onder 1. bewezenverklaarde opzet (gericht op het van het leven beroven van het slachtoffer) niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid, althans dat het oordeel van het hof dat verdachte opzet had op de levensberoving van het slachtoffer onjuist is, althans niet toereikend gemotiveerd.
Kwalificatie van het handelen
- Verdachte heeft steeds zwaardere middelen ingezet in zijn pogingen om aangeefster te verwurgen. Zo heeft hij eerst gebruik gemaakt van haar halsketting en het koordje van haar bril en toen dat kapot ging heeft verdachte een tiewrap om de nek van aangeefster gedaan. Verdachte trok de tiewrap steeds strakker aan. Het betrof - zo blijkt uit de verklaring van aangeefster en de in het dossier gevoegde foto’s - een tiewrap welke eenmaal aangetrokken niet meer los(ser) kan worden gemaakt;
- De omstandigheid dat aangeefster er zelf in slaagde om haar handen tussen haar hals en de tiewrap te houden, heeft voorkomen dat deze nog strakker om haar nek is gekomen en tot een zodanige ademnood heeft geleid dat zij als gevolg van verstikking zou komen te overlijden. De letselbeschrijving betreffende de striem in de hals van aangeefster, bevestigt vooromschreven positionering van de tiewrap om de nek met daartussen de vingers van aangeefster;
- De blijkens de letselbeschrijving in beide ogen van aangeefster - een 71 jarige vrouw - aangetroffen puntbloedingen duiden op een door verdachte uitgeoefende aanzienlijke druk op haar hals;
- Uit de verklaring van aangeefster blijkt dat verdachte in haar beleving de bedoeling had om haar te doden. Zo heeft zij tijdens het tenlastegelegde haar vermoeden uitgesproken dat verdachte handelde in opdracht van haar ex man omdat hij na haar dood aanspraak zou kunnen maken op haar pensioen. Aangeefster heeft voorts verklaard dat zij het idee had dat verdachte - als zij niet had gevraagd of hij soms geld wilde - zijn klus had afgemaakt en haar om het leven had gebracht.
“- aannemelijk is dat de oogwitbloedingen het gevolg zijn van drukverhoging in het aderlijke bloedvatstelsel van het hoofd, zoals bijvoorbeeld door strangulatie en hard schreeuwen;
- de puntbloedinkjes in de oogleden van het linkeroog kunnen zijn veroorzaakt door verhoogde druk in de aders van het hoofd en worden vaak gezien bij slachtoffers van geweld op de hals (mogelijk waren dezelfde bloedinkjes ook aanwezig in de oogleden van het rechteroog, maar deze waren aan de waarneming onttrokken vanwege de paarsrode verkleuring aldaar);”.
tweede middelbevat de klacht dat het oordeel van het hof dat aan de strafwaardigheid van het onder 1 bewezenverklaarde niet afdoet dat verdachte zijn poging om aangeefster te verwurgen heeft gestaakt nadat zij hem geld aanbood “nu op dat moment al sprake was van een voltooide poging en de handelingen door verdachte bovendien niet zijn gestaakt dankzij een omstandigheid die van zijn eigen wil afhankelijk was, doch veeleer dankzij het optreden van aangeefster, door verdachte – ongevraagd – geld aan te bieden”, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting althans ontoereikend is gemotiveerd.
derde middelbevat de klacht dat het hof niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging, inhoudende dat de verklaring van aangever [betrokkene 1] onvoldoende betrouwbaar is om voor het bewijs te bezigen, zodat vrijspraak ter zaken van feit 2 en 3 dient te volgen.