Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
‘event of default’aan de zijde van OSX. Bij beschikking van 15 juli 2015 is de voorlopige surseance van betaling ingetrokken. Bij dezelfde beschikking is OSX in staat van faillissement verklaard.
rechtbank)zijn boedelschulden slechts die schulden die een onmiddellijke aanspraak geven jegens de faillissementsboedel, hetzij ingevolge de wet, hetzij omdat zij een gevolg zijn van een handelen van de curator in strijd met een door hem in zijn hoedanigheid na te leven verbintenis of verplichting.’
3.De gestelde prejudiciële vragen
4.Verificatie van schuldvorderingen in faillissement
Event of Default’ de kosten die CS maakt aan CS te vergoeden.
JOR2005, 222 (BaByXL) [4] en HR 14 januari 2011,
JOR2011, 101 (Aukema/Uni-Invest) [5] , weinig twijfel dat schadevergoedingsaanspraken die zijn gebaseerd op een dergelijke beding op grond van art. 37a Fw kunnen worden geverifieerd, waarbij het volgens Van Zanten onverschillig is wanneer de schade zich heeft gemanifesteerd. Ik betwijfel of het standpunt van Van Zanten in het onderhavige geval juist is. Art. 37a Fw geeft een kwalificatie met het oog op de verificatie aan een aantal vorderingen die uit art. 37 Fw Pro voortvloeien. Uit de gedingstukken is mij niet duidelijk geworden dat de curator van de hem in art. 37 Fw Pro aangeboden opties gebruik heeft gemaakt.
NJ1988, 340). [6] De activa en passiva van de schuldenaar worden gefixeerd, evenals de positie van de schuldeisers onderling. [7] Dit fixatiebeginsel geldt ook in het geval dat aan de schuldenaar surseance van betaling wordt verleend. [8] Het fixatiebeginsel treft bij surseance van betaling alleen de rechtsbetrekkingen die onder de werking van de surseanceregeling van Titel II van de Faillissementswet vallen.
NJ1976, 249 (Postgiro-arrest) is de bedoeling van het artikel dat de surseance van betaling en het opvolgende faillissement als een geheel worden beschouwd. [14] Art. 249 Fw Pro bevat echter geen uitputtende regeling voor alle vragen die zich kunnen voordoen wanneer de surseance van betaling onmiddellijk overgaat in faillissement. [15]
NJ1988/964 (AMRO/Den Hollander). [16] De Hoge Raad overwoog in rov. 3.3 van dat arrest:
NJ2007/155 (Nebula)). [21] De vorderingen die uit die verbintenissen voortvloeien zijn in dat geval vorderingen die voor indiening in het faillissement in aanmerking komen (HR 19 april 2013,
NJ2013/291 (Koot/Tideman)). [22] Doet de curator de overeenkomst niet gestand, dan kan de wederpartij ervoor kiezen om de overeenkomst via de weg van art. 37 lid 1 Fw Pro te ontbinden. Vanwege de tekortkoming in de nakoming ontstaat dan een vordering die op grond van art. 37a Fw door de schuldeiser als concurrente vordering ter verificatie in het faillissement kan worden ingediend. Voor surseance van betaling bevat art. 236 Fw Pro en 236a Fw een regeling die nagenoeg gelijk is aan art. 37 Fw Pro en art. 37a Fw.
NJ2013/291 (Koot/Tideman) toegelaten. In rov. 3.7.2 van dat arrest oordeelde de Hoge Raad als volgt: [25]