Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
nietaannemelijk maakt dat hij op grond van de relevante feiten en omstandigheden van het geval niet wist en redelijkerwijs niet behoorde te weten, dat de verschuldigde belasting niet zou (kunnen) worden voldaan, slaagt hij, aldus het Hof, niet in het van hem op grond van artikel 41, tweede lid, van de IW verlangde tegenbewijs.
(…) [Belanghebbende] wist of had moeten weten hoeveel belasting (…)
[de B.V.] de Staat der Nederlanden schuldig bleef en had er als bestuurder voor moeten zorgen dat er voldoende verhaalsmogelijkheden zouden zijn’.
1 EP.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
The Undersigned, [B] LTD, established and existing under the laws of Israel (…) owner of one hundred percent (100 %) of the issued and paid-up share capital of [A] Holdings B.V., (hereinafter referred to as the “Company”) (…) herewith represented (…) [by] [X2] (…) who are authorized to bind the Undersigned, hereby constitutes and appoints [X3] (…) as true and lawful representative, agent and proxy of the Undersigned (…) to vote all shares of the capital stock of the Company at the Extraordinary General Meeting of Shareholders of the Company, with all powers which the Undersigned would possess if personally present at the Extraordinary General Meeting of Shareholders of the Company, to be held in [R] , the Netherlands, on 23 December, 2002, with the following agenda: [12]
- bijvoorbeeld door te reserveren - de betaling zeker moeten stellen. Eiser kan het op verzoek van [A] verleende uitstel niet aan verweerder tegenwerpen. [A] was zelf verantwoordelijk voor de betaling van alle belastingschulden en eiser had er als voorzichtig handelende bestuurder rekening mee moeten houden dat (het grootste deel van) de aanslagen (zou) zouden moeten worden betaald. Dat verweerder geen zekerheid heeft geëist, maakt dit niet anders. De rechtbank leidt overigens uit bijlage 12 bij het verweerschrift af dat verweerder wel degelijk een aantal keer om zekerheden heeft verzocht. Door het maken van bezwaar of beroep hoefde [A] niet aan dit verzoek te voldoen. De rechtbank acht aannemelijk dat het uitstel van betaling voor de overige aanslagen verband hield met de mogelijke carry-back van het aangegeven verlies van 2002. De rechtbank verwerpt het nog meer subsidiaire standpunt van eiser.
3.Het geding in cassatie
4.Wet- en regelgeving, parlementaire behandeling, jurisprudentie en literatuur
dd. 22 october 1942, nr. 153) staat: [41]
(...)
5.Beoordeling van de middelen
die daartoe in de positie was, zich had moeten verzetten tegen de uitvoering van het zogeheten stappenplan. Zie de navolgende overweging van Rechtbank, als weergegeven in r.o. 4.3.1. van de Hofuitspraak: [58]
de vereffening of de verlegging belaste personen[onderstreping toegevoegd, A-G], behoudens voor zoover zij aantoonen, dat de niet voldoening niet aan hen te wijten is;
van wiens doen of laten de voldoening van de door haar verschuldigde vennootschapsbelasting afhankelijk was[onderstreping toegevoegd, A-G].
feitelijke machtte bezitten.
in het licht van de taken en positie van die bestuurder, onvoldoende zorg is betracht voor de voldoening van de door een lichaam verschuldigde belastingen. Waar het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, acht ik die onjuist.
legitimate aim) voor die verschillende behandeling?
fair balance)?
interference) met het ongestoorde genot van dit eigendom?
interference?
interferencetot gevolg heeft rechtmatig
(lawful)?
legitimate aim) voor de
interference?
fair balancetussen het nagestreefde algemene belang en individuele rechten op regelniveau?
b. Is er sprake van een
excessive individual burden?