ECLI:NL:PHR:2013:863
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gelijke behandeling bij bedrijfsopvolgingsfaciliteit en erfbelasting in strijd met internationaal gelijkheidsbeginsel
In deze zaak staat centraal of particuliere verkrijgingen krachtens erfrecht of schenking, die geen ondernemingsvermogen betreffen, moeten delen in de fiscale voordelen van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) die geldt voor ondernemingsvermogen. Belanghebbende erfde geen ondernemingsvermogen, waardoor hij geen recht had op de BOF-vrijstelling, terwijl bij volledige verkrijging van ondernemingsvermogen de vrijstelling 100% bedroeg. Dit leidde tot ongelijke behandeling.
De rechtbank Oost-Nederland verwierp het beroep van belanghebbende op de BOF en het gelijkheidsbeginsel, met verwijzing naar het doel van de regeling: het voorkomen van liquiditeitsproblemen bij bedrijfsopvolging. De wetgever heeft een ruime beoordelingsvrijheid ('wide margin of appreciation') bij het maken van onderscheid tussen ondernemings- en privévermogen.
De advocaat-generaal concludeert echter dat de BOF in strijd is met het internationaal verankerde gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod voor zover de vrijstellingen hoger zijn dan 75%. Rechtsherstel dient plaats te vinden door ook voor niet-ondernemingsvermogen een vrijstelling toe te kennen naar rato van het meerdere boven 75%. Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt gegrond verklaard, maar het beroep op het eigendomsrecht uit het Eerste Protocol EVRM faalt omdat de belastingheffing niet excessief is.
De conclusie is gebaseerd op een uitgebreide analyse van jurisprudentie, wetsgeschiedenis, internationale verdragen en het toetsingskader van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De zaak heeft grote betekenis voor de fiscale behandeling van erfbelasting en de toepassing van het gelijkheidsbeginsel in het belastingrecht.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie gegrond en beveelt rechtsherstel door toepassing van een extra vrijstelling voor niet-ondernemingsvermogen boven 75%.