Conclusie
1.Feiten en procesverloop
lifestyle- en sportartikelen in Frankrijk.
Exhibit D’zijn de bestel- en betalingsvoorwaarden voor Racer opgenomen. Daarin staat dat slechts bestellingen verwerkt worden die gedekt zijn door betalingsgaranties of een kredietlimiet, het laatste uitsluitend op voorwaarde dat binnen 30 dagen wordt betaald. Verder bevat
Exhibit Deen schema met de geschatte leveringstijden van Crocs-producten aan Racer. Daaruit blijkt onder meer dat bestellingen van Racer in september van enig jaar op zijn vroegst aan het begin van het volgende jaar aan Racer geleverd worden.
al haar activiteiten voor het merk Crocs staken. Crocs Europe heeft GPG Company gekozen om vanaf deze datum op te treden als onze nieuwe vertegenwoordiger in Frankrijk voor het merk Crocs. (…)”
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Exhibit Dbedongen levertijd van Crocs-producten [7] , meebracht dat na aanvang van de opzegtermijn al spoedig het moment zou worden bereikt waarop geplaatste orders niet meer door Crocs Europe zouden (moeten/kunnen) worden uitgeleverd vóór de datum waarop de overeenkomst eindigt. Dit heeft zij in haar brief van 2 juli 2008 ook laten weten aan Racer [8] . Voor orders die na 2 januari 2009 zouden moeten worden uitgevoerd, dus in een periode waarin geen sprake meer zou zijn van exclusiviteit van distributie door Racer, was Crocs Europe genoodzaakt, en naar haar mening ook gerechtigd, een andere distributeur te zoeken.
gedurende de opzegtermijn, kan m.i. het uitgangspunt worden gehanteerd dat contractuele verplichtingen doorlopen tot de datum waarop de desbetreffende duurovereenkomst eindigt: dat is bij een distributieovereenkomst niet anders dan, bijvoorbeeld, bij een huurovereenkomst of een arbeidsovereenkomst. Dit neemt niet weg, dat partijen in hun overeenkomst zelf de gevolgen van een opzegging kunnen regelen. Zo kan bijvoorbeeld worden bepaald dat een contractuele verplichting eerder eindigt, of juist blijft bestaan na de datum waarop de samenwerking is geëindigd (zoals een non-concurrentiebeding of een geheimhoudingsverplichting). Partijen kunnen, in plaats van één datum waarop alle verplichtingen tegelijk eindigen, een uitloopperiode overeenkomen of een andere regeling treffen voor de afwikkeling van lopende projecten of contacten dan wel contracten met derden waaraan wordt gewerkt op de datum waarop de samenwerking eindigt.
British Wooleen distributieovereenkomst voor textiel opgezegd op een termijn van drie maanden, op grond van het feit dat haar onderneming zou worden geliquideerd wegens tegenvallende resultaten. Een van haar distributeurs betoogde dat hij schade leed, onder meer doordat een gedurende de opzegtermijn door hem geplaatste (althans: te plaatsen) order voor de zomercollectie niet werd (althans niet zou worden) uitgevoerd en hem de benodigde praktische medewerking werd onthouden om deze order tijdig elders te plaatsen. Het hof had in die zaak overwogen:
in confessois dat het bepaalde in art. 7.6 van de overeenkomst meebracht dat Racer na 2 januari 2009 ontvangen Crocs-producten niet mocht uitleveren. Volgens het hof was al ruim vóór het verstrijken van de opzegtermijn het genereren van nieuwe orders door Racer zinloos geworden: in verband met de geldende levertijd zou de opzegtermijn voornamelijk (kunnen) worden benut om orders uit te leveren die vóór de opzegging (d.w.z. vóór 2 juli 2008) waren geplaatst en slechts in beperkte mate om nog nieuwe orders te plaatsen. Voor zover Racer tijdens de opzegtermijn is voortgegaan met het aanwerven van orders voor Crocs-producten – hoewel Crocs Europe bij brief van 2 juli 2008 Racer uitdrukkelijk had gewezen op de consequenties van artikel 7.6 in samenhang met de levertijd, en Racer geen toegang meer had tot het systeem –, komt dat voor risico van Racer, aldus het hof.
Onderdeel 2voegt hieraan toe dat om dezelfde redenen de hierop voortbouwende beslissingen in het vervolg van rov. 3.5.3 en in rov. 3.7 niet in stand kunnen blijven.
in confesso’is [11] dat art. 7.6 van de overeenkomst meebracht dat Racer ontvangen Crocs-producten na 2 januari 2009 niet meer mocht uitleveren (aan klanten). Dit oordeel wijst niet op een schending van art. 149 lid 1 Rv Pro. Het hof heeft – overeenkomstig het door Crocs Europe ten processe ingenomen standpunt − geoordeeld dat in de overeenkomst besloten ligt dat de opzegtermijn door Racer vooral zou kunnen worden benut om reeds vóór de opzegging (2 juli 2008) geplaatste orders uit te leveren en, in verband met de geldende leveringstermijnen, slechts in beperkte mate om nieuwe orders te plaatsen. Het hof heeft op die, door Crocs Europe aangevoerde grond de zienswijze van Racer verworpen. De rechtsklacht over schending van art. 24 Rv Pro mist daarom feitelijke grondslag.
Effect of termination”) zo hadden geregeld. Met andere woorden: in de zienswijze van Crocs Europe krijgt de opzegtermijn, als gevolg van het bepaalde in art. 7.6 en de afgesproken levertijd, in een belangrijke mate het karakter van een overeengekomen uitloopperiode. In hoger beroep heeft Racer met zoveel woorden gesteld dat Crocs Europe zich zou kunnen beroepen op artikel 7.6 van de distributieovereenkomst, waarin staat “
Distributor also agrees to cease any and all marketing, sale and distribution of the Products upon termination of this Agreement”. Racer voegde hieraan toe dat de feitelijke uitvoering van de distributieovereenkomst door partijen hiervan afweek en dat de overweging van de rechtbank, dat Racer op grond van dit artikel gehouden was na de beëindiging van de overeenkomst alle onverkochte producten aan Crocs Europe te retourneren onjuist was [12] . Bij pleidooi in appel heeft Racer aangevoerd:
Effect of termination’heeft kunnen beroepen.
als gevolg van de overeenkomsteen verrijking is opgetreden die niet door de partijen bij die overeenkomst was beoogd [17] . Voor zover de steller van het middel daarop het oog heeft, noopte dit het hof niet tot het nemen van een andere beslissing. Het hof sluit immers niet uit dat, als gevolg van het bepaalde in artikel 7.6 in combinatie met de afgesproken levertijden, enige verrijking van Crocs Europe plaatsvindt indien zij winst heeft behaald op de uitlevering van orders voor Crocs-producten aan afnemers die door Racer (of Racers agenten) zijn geworven gedurende de opzegtermijn. Het hof acht die verrijking echter niet ongerechtvaardigd, omdat Racers beweerde inspanningen tijdens de opzegtermijn volgens het hof voor eigen risico van Racer kwamen. Kortom, Racer heeft daar zelf voor gekozen. Het oordeel is overigens naar de eisen der wet met redenen omkleed. Onderdeel 5 leidt niet tot cassatie.