De zaak betreft de diefstal van een navigatiesysteem uit een Volkswagen Golf te ’s-Gravenhage op 13 januari 2014, gepleegd door drie mannen die gezamenlijk en in vereniging handelden. Het hof had de verdachte veroordeeld voor medeplegen van deze diefstal, waarbij een ruit van de auto was ingeslagen om toegang te verkrijgen.
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen deze veroordeling en bevestigt dat medeplegen een nauwe en bewuste samenwerking vereist, waarbij de bijdrage van de verdachte materieel en/of intellectueel van voldoende gewicht moet zijn. Het hof had geoordeeld dat de verdachte en zijn mededaders een gezamenlijk plan hadden en dat hun rollen, hoewel verschillend, op elkaar waren afgestemd om het delict te voltooien.
Het hof had vastgesteld dat één persoon de ruit insloeg, een ander op de uitkijk stond en de derde persoon de omgeving in de gaten hield en direct na de braak paraat stond om het navigatiesysteem weg te nemen. De verdachte had geen concrete verklaring gegeven voor zijn aanwezigheid en werd door het hof als medepleger aangemerkt. De Hoge Raad verwierp het middel dat het hof onvoldoende had gemotiveerd welke rol de verdachte had vervuld en bevestigde dat een gedetailleerde toedeling van rol niet altijd vereist is, zeker niet als verdachten zwijgrecht gebruiken.
De conclusie van de Procureur-Generaal en de Hoge Raad is dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en dat de bewezenverklaring van medeplegen toereikend is gemotiveerd. Het cassatieberoep wordt verworpen.