Conclusie
middelbehelst de klacht dat het bewijs onvoldoende redengevend is voor de bewezenverklaring van de onder 1 tenlastegelegde wederspannigheid, voor zover inhoudende dat de ambtenaren hebben gehandeld in de rechtmatige uitoefening van hun bediening. Volgens de steller van het middel heeft het hof het hierop betrekking hebbende verweer te beperkt opgevat en ontoereikend althans onbegrijpelijk verworpen.