Conclusie
eerste middelklaagt dat het bestanddeel schuld, als bedoeld in art. 420quater Sr, ten aanzien van de omstandigheid dat het voorwerp van misdrijf afkomstig is, niet (zonder meer) uit de gebezigde bewijsvoering kan worden afgeleid.
tweede middelkeert zich met een beroep op het arrest van HR 25 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:702,
NJ2014/302 tegen het oordeel van het hof dat het feit kan worden gekwalificeerd als (schuld) witwassen, nu “in feite verzoeker is vervolgd voor witwassen van eigen misdrijf, en niet is vastgesteld dat er een of meer gedragingen van verzoeker gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de gelden”. [1]
derde middelklaagt dat het omzetten en het gebruikmaken van een geldbedrag niet (zonder meer) uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.