Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
31 mei 2016. Daarmee was het hoger beroep van [eiser] c.s. dus wel degelijk ontvankelijk.
, te rekenen van de dag van de uitspraak.
Art. 806 lid 1 onder Pro a Rv schrijft daarentegen voor dat in zaken betreffende het personen- en familierecht (niet scheidingszaken) door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden binnen drie maanden
, na de dag van de uitspraakhoger beroep kan worden ingesteld. Art. 339 lid 1 Rv Pro bevat de formulering drie maanden
, te rekenen van de dag van de uitspraak van het vonnis(na inwerkingtreding van KEI aangevuld met de zinsnede:
dan wel de dag van de mondelinge uitspraak als bedoeld in art. 30p)
,terwijl in pachtzaken op de voet van art. 1019o lid 2 Rv de appeltermijn een maand
, na de dag van de uitspraakbedraagt. Met betrekking tot de termijn van het instellen van cassatieberoep ten slotte spreken de art. 402 lid 1 en Pro 426 lid 1 Rv, net als art. 358 lid 2 Rv Pro over binnen drie maanden
, te rekenen van de dag van de uitspraak.
nade dag van de uitspraak, terwijl art. 358 lid 2 Rv Pro drie maanden te rekenen
vande dag van de uitspraak voorschrijft [3] .
dies a quomeans the day from which the timelimit runs and the term
dies ad quemmeans the day on which the time-limit expires.”
dies ad quemat midnight.”
na(onderstreping A-G) den dag, waarop het vonnis is uitgesproken”. Ook in oudere Nederlandse literatuur is al verdedigd dat de formulering ‘te rekenen van de dag van de uitspraak’ aanduidt dat de dag van de uitspraak bij de berekening van de termijn niet in aanmerking komt [8] .
dies ad quemshall be the day of the last month or of the last year whose date corresponds to that of the
dies a quoor, when there is no corresponding date, the last day of the last month.”
30 april, 30 juni, 30 november en 28 februari (en in een schrikkeljaar op 29 februari) [20] . In feite is door genoemd arrest van 12 maart 2004 de termijn dus “bekort”.