ECLI:NL:HR:2009:BG9906
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens overschrijding cassatietermijn
In deze zaak vorderde Beursgebouw Eindhoven B.V. bij de kantonrechter een einddatum voor de huurovereenkomst met Bavaria N.V. en ontruiming van het pand. Bavaria en eiser stelden soortgelijke vorderingen. De kantonrechter stelde het einde van de huurovereenkomst vast op 1 maart 2007 en veroordeelde Bavaria tot ontruiming. Beide partijen gingen in hoger beroep, waarbij het hof het vonnis bekrachtigde op 11 maart 2008.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in, maar deed dit op 18 juni 2008, terwijl de cassatietermijn van drie maanden op 11 juni 2008 was verstreken. Eiser voerde aan dat het beroep tijdig was omdat het aankwam op de schriftelijke bekendmaking van het arrest, die volgens hem op 18 maart 2008 plaatsvond.
De Hoge Raad oordeelde dat de dag van uitspraak de dag is waarop het arrest openbaar wordt gemaakt, namelijk 11 maart 2008, toen eiser met zijn procureur aanwezig was en een afschrift van het arrest ontving. De procureur was daarmee bekend met de juiste datum van uitspraak. Omdat het tot de taak van de procesgemachtigde behoort de termijn in de gaten te houden, werd geen uitzondering gemaakt op de strikte termijnhandhaving.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk en veroordeelde eiser in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de cassatietermijn.