Conclusie
eerste middelklaagt dat de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen is omkleed, omdat uit de inhoud van de door het hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat het bewezenverklaarde feit in Nederland is gepleegd.
tweede middelbevat de klacht dat het hof in strijd met art. 359 lid 6 Sv Pro heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven die hebben geleid tot de oplegging van de vrijheidsbenemende straf en/of onvoldoende de omstandigheden heeft aangegeven waarop bij de vaststelling van de duur van die vrijheidsstraf is gelet. Verder wordt geklaagd dat de strafoplegging onbegrijpelijk is en/of onvoldoende is gemotiveerd.