Conclusie
middelbehelst de klacht dat de strafoplegging onvoldoende met redenen is omkleed, aangezien het hof in zijn strafmotivering heeft overwogen dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel justitiële documentatie eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder meermalen voor overtreding van art. 8 Wegenverkeerswet Pro 1994 (hierna: WVW 1994) en één maal voor overtreding van art. 9, vijfde lid, WVW 1994, terwijl de eerdere veroordeling ter zake van art. 9, vijfde lid, WVW 1994 pas onherroepelijk is geworden nadat de verdachte het bewezen verklaarde feit had begaan.
(i) De verdachte is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 3 december 2012 ter zake van overtreding van art. 9, vijfde lid, WVW 1994 (een motorrijtuig besturen wetende dat de geldigheid van zijn rijbewijs is geschorst, gepleegd op 21 februari 2012) veroordeeld tot een geldboete van € 500,-, subsidiair tien dagen hechtenis, en een werkstraf van 32 uren, subsidiair zestien dagen hechtenis. Dit vonnis is op 11 december 2013 onherroepelijk geworden.
(ii) Het hof ’s-Gravenhage heeft bij arrest van 16 december 2011 de verdachte ter zake van overtreding van art. 8, tweede lid, aanhef en onder a, WVW 1994 (rijden onder invloed, gepleegd op 9 mei 2010) veroordeeld tot een geldboete van € 750,-, subsidiair vijftien dagen hechtenis, en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden. Dit arrest is op 12 juni 2012 onherroepelijk geworden.
(iii) De politierechter in de rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 24 juli 2009 de verdachte ter zake van overtreding van art. 8, tweede lid, aanhef en onder a, WVW 1994 (gepleegd op 4 november 2007) veroordeeld tot een geldboete van € 300,-, subsidiair zes dagen hechtenis. Dit vonnis is op 1 oktober 2009 onherroepelijk geworden.
(iv) De politierechter in de rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 9 december 2008 de verdachte ter zake van overtreding van art. 8, tweede lid, aanhef en onder a, WVW 1994 (gepleegd op 12 april 2008) veroordeeld tot een geldboete van € 650,-, subsidiair dertien dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren. Dit vonnis is op 15 september 2009 onherroepelijk geworden.
(v) De politierechter in de rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 23 januari 2006 de verdachte ter zake van overtreding van art. 8, tweede lid, aanhef en onder a, WVW 1994 (gepleegd op 19 februari 2005) en overtreding van art. 162, derde lid, WVW 1994 (een voertuig besturen tijdens een rijverbod, gepleegd op 19 februari 2005) veroordeeld tot een geldboete van € 560,-, subsidiair elf dagen hechtenis. Dit vonnis is op 23 januari 2006 onherroepelijk geworden.