ECLI:NL:PHR:2017:627
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beslissing over ontvankelijkheid cassatieberoep in WAHV-zaak en doorbreking gesloten stelsel rechtsmiddelen
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep van betrokkene tegen een beschikking op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) ongegrond verklaard. Betrokkene stelde cassatie in bij de Hoge Raad, ondanks het wettelijke verbod op cassatie in WAHV-zaken.
De Hoge Raad overweegt dat art. 78 lid 3 Wet Pro RO het gewone cassatieberoep in WAHV-zaken uitsluit en dat de strafkamer van de Hoge Raad zich doorgaans niet uitspreekt over doorbreking van dit gesloten stelsel, in tegenstelling tot de civiele kamer. De wijze van indiening van het cassatieberoep voldoet niet aan de vereisten en valt buiten de normale orde voor cassatieberoepen.
De Hoge Raad concludeert dat geen sprake is van een cassatieberoep dat in behandeling moet worden genomen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Een inhoudelijk oordeel over de bevoegdheid van de Hoge Raad in deze zaak wordt achterwege gelaten, waarmee geen sprake is van rechtsweigering.
Uitkomst: Het cassatieberoep in de WAHV-zaak wordt niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk behandeld.