ECLI:NL:PHR:2017:879
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vennootschap veroordeeld voor overtreding arbeidsomstandighedenwet bij asbestsanering en sloop
De zaak betreft een vennootschap die werknemers sloopwerkzaamheden liet verrichten aan een flatgebouw zonder eerst het aanwezige asbest te verwijderen, in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit. Het hof Amsterdam veroordeelde de vennootschap tot geldboetes wegens overtreding van milieuwetgeving en arbeidsomstandighedenwetgeving.
De vennootschap stelde in hoger beroep dat het bewijs onvoldoende was voor het bestaan van levensgevaar of ernstige gezondheidsschade voor werknemers en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het verweer werd verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had vastgesteld dat de gedragingen in de sfeer van de vennootschap plaatsvonden en dat de vennootschap onvoldoende zorg had betracht om blootstelling aan asbest te voorkomen.
Wel vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest dat de veroordeling op grond van het weten van levensgevaar of ernstige gezondheidsschade betrof, omdat het bewijs daarvoor onvoldoende was. De zaak werd terugverwezen naar het hof Amsterdam voor herbeoordeling van dat onderdeel. De overige onderdelen van het beroep werden verworpen.
De zaak illustreert de toepassing van de toerekeningscriteria voor rechtspersonen en de strenge eisen aan werkgevers om werknemers te beschermen tegen asbestblootstelling. Het hof had terecht geoordeeld dat nalatigheid in toezicht en controle binnen de bedrijfsvoering aan de vennootschap kon worden toegerekend.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk het arrest en wijst terug voor herbeoordeling van het deel over kennis van levensgevaar of ernstige gezondheidsschade.