Conclusie
[verzoekster 1] B.V.,
[verzoekster 2] B.V.,
[verzoekster 3] B.V.,
1.Feiten en procesverloop
[betrokkene 1] , middellijk bestuurder van gefailleerde (...),
mr. M.L. Veldhuijzen, advocaat van [betrokkene 1] (...),
de betwisting door [betrokkene 1] (als bestuurder van [verzoekster 1] B.V.), als schuldeiser, van de concurrente vordering van [B] B.V. van€ 27.225,-- (ter zake de bonus)
2.Bespreking van het cassatiemiddel
nr. 14van het cassatieverzoekschrift klaagt het middel dat de rechtbank ten onrechte het verzet met deze overweging ongegrond heeft verklaard. Nu de vordering in de verificatieprocedure door [verzoekster 1] , bij monde van [betrokkene 1] , als schuldeiser van de gefailleerde is betwist, had de rechter-commissaris ook die vordering naar de renvooiprocedure moeten verwijzen. De rechtbank had dit verzuim van de rechter-commissaris in deze verzetprocedure moeten herstellen door conform HR 14 mei 1928, NJ 1928, p. 1680 m.nt. E.M.M alsnog te doen wat in de verificatievergadering had behoren te geschieden, namelijk de vordering van [B] van € 7.436,96 naar de renvooiprocedure verwijzen. Door dat niet te doen heeft de rechtbank het recht geschonden, althans een onbegrijpelijke beslissing gegeven.
nr. 15van het cassatieverzoekschrift is onjuist en/of onbegrijpelijk het oordeel van de rechtbank dat ten aanzien van de vordering van [B] van
€ 7.436,96 sprake is van een opnieuw betwiste vordering, voor welke betwisting buiten het kader van de verificatievergadering en renvooiprocedure geen ruimte bestaat. De rechtbank miskent dat ten aanzien van deze specifieke vordering nu juist ten onrechte geen verwijzing naar de renvooiprocedure heeft plaatsgevonden, omdat de rechter-commissaris abusievelijk heeft aangenomen dat de bedoelde vordering door [betrokkene 1] in de verificatievergadering werd betwist als (middellijk) bestuurder van de gefailleerde, terwijl [betrokkene 1] die juist betwistte als bestuurder van [verzoekster 1] , zijnde een schuldeiser van de gefailleerde, zoals [betrokkene 1] ook de vordering van [B] van (inclusief BTW) € 27.225,- namens [verzoekster 1] als schuldeiser betwistte.