ECLI:NL:PHR:2017:937
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep van onder curatele gestelde persoon en curator bij erkenning Spaans vonnis
In deze zaak staat centraal de ontvankelijkheid van het cassatieberoep van een in Spanje onder curatele gestelde persoon en haar curator. De hoofdzaak betreft een geschil over de verdeling van de nalatenschap van hun moeder en het beheer van het vermogen van de onder curatele gestelde persoon. De Spaanse rechter heeft haar onder tutela gesteld, wat in Nederland wordt erkend als een ondercuratelestelling met volledige handelingsonbekwaamheid.
Het hof Den Haag verklaarde de onder curatele gestelde persoon niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat zij volgens Spaans recht niet zelfstandig rechtsbevoegd is en vertegenwoordigd moet worden door haar curator. De curator had geen rechterlijke machtiging van de Spaanse rechter voor het instellen van het beroep, wat volgens Spaans recht vereist is. De curator vroeg daarom bij de Nederlandse rechter machtiging aan, die deze op grond van het anticiperend toepassen van het Haags Volwassenenbeschermingsverdrag verleende.
De Hoge Raad bevestigt dat de onder curatele gestelde persoon niet zelfstandig procesbevoegd is en dat de curator met rechterlijke machtiging ontvankelijk is in cassatie. De machtiging verleend door de Nederlandse kantonrechter heeft terugwerkende kracht. De zaak illustreert de complexe interactie tussen Spaans en Nederlands recht en het belang van internationale erkenning van beschermingsmaatregelen voor volwassenen.
Uitkomst: De onder curatele gestelde persoon is niet ontvankelijk in cassatie, maar de curator is met rechterlijke machtiging wel ontvankelijk.