ECLI:NL:PHR:2017:984
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beschikking voorlopige machtiging wegens ontbreken motivering afwijzing contra-expertise verzoek
De zaak betreft een verzoek tot voorlopige machtiging tot opname van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis wegens schizofrenie en gevaar voor de omgeving. De rechtbank Rotterdam verleende de machtiging, maar wees een verzoek van betrokkene om een contra-expertise af zonder motivering.
Betrokkene stelde in cassatie dat de rechtbank het verzoek om nader psychiatrisch onderzoek niet gemotiveerd heeft afgewezen, wat in strijd is met artikel 8 lid 6 Wet Pro Bopz. De Hoge Raad bevestigde dat een dergelijk verzoek slechts gemotiveerd mag worden afgewezen, mede vanwege de ingrijpende aard van vrijheidsbeneming.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank weliswaar kennis had genomen van het verzoek, maar dit niet heeft gemotiveerd afgewezen. Dit is een schending van het criterium dat de Hoge Raad eerder heeft vastgesteld. Daarom werd de beschikking vernietigd en de zaak verwezen naar de rechtbank Rotterdam voor hernieuwde beoordeling.
Een tweede klacht over de beoordeling van het gevaar buiten opname werd niet inhoudelijk behandeld omdat de eerste klacht tot vernietiging leidde. De Hoge Raad benadrukte dat de beoordeling van het gevaar feitelijk is en aan de rechtbank is voorbehouden.
De uitspraak onderstreept het belang van een gemotiveerde beslissing bij verzoeken om contra-expertise in gedwongen opnameprocedures onder de Wet Bopz.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug vanwege het ontbreken van een gemotiveerde beslissing op het verzoek om contra-expertise.