ECLI:NL:HR:2008:BC6545

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00439HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizenHR 29 april 2005, nr. R05/007, NJ 2007, 153
Verwijzingen
4 uitgaand · 8 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis wegens onvoldoende motivering weigering contra-expertise

De officier van justitie verzocht de rechtbank Haarlem om een machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van een jaar. Betrokkene bestreed dit verzoek en vroeg tijdens de mondelinge behandeling om een nader onderzoek door een onafhankelijke psychiater, oftewel een contra-expertise.

De rechtbank verleende de machtiging zonder enige motivering op het verzoek tot contra-expertise. De Hoge Raad oordeelde dat vanwege de ingrijpende aard van de beslissing tot vrijheidsbeneming een dergelijk verzoek slechts gemotiveerd kan worden afgewezen. Het ontbreken van motivering leidt tot vernietiging van de beschikking.

De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Haarlem voor verdere behandeling en beslissing, waarbij het verzoek tot contra-expertise adequaat moet worden gemotiveerd. De overige middelen behoeven geen behandeling.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot machtiging voortgezet verblijf wegens onvoldoende motivering bij weigering van contra-expertise en verwijst de zaak terug.

Uitspraak

18 april 2008
Eerste Kamer
Nr. 08/00439HR
IV/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,
t e g e n
de OFFICIER VAN JUSTITIE in het arrondissement Haarlem,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de betrokkene en officier van justitie
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 22 november 2007 ter griffie van de rechtbank Haarlem ingediend verzoekschrift heeft de officier van justitie zich gewend tot die rechtbank en verzocht het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis.
Betrokkene heeft het verzoek bestreden.
Bij beschikking van 13 december 2007 heeft de rechtbank de machtiging voor de duur van een jaar verleend.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht.
De officier van justitie is niet verschenen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank Haarlem.
3. Beoordeling van het middel
3.1 De rechtbank heeft een machtiging verleend tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van een jaar, ingaande op 14 december 2007.
3.2 Onderdeel 1 van het middel betoogt met juistheid dat het verzoek van betrokkene, gedaan tijdens de mondelinge behandeling en luidende "Verzoek afwijzen. En door een onafhankelijk psychiater naar laten kijken", niet anders kan worden verstaan dan als een verzoek tot het verrichten van een nader onderzoek door een deskundige (met andere woorden: een contra-expertise), gedaan voor het geval dat het verzoek van de officier van justitie niet terstond zou worden afgewezen.
3.3 De rechtbank heeft dit verzoek zonder enige motivering gepasseerd. Hiertegen is het eerste onderdeel gericht. Het onderdeel slaagt. Gelet op de ingrijpende aard van de door de rechter te nemen, tot vrijheidsbeneming leidende beslissing moet worden aangenomen dat een verzoek tot het verrichten van een nader onderzoek door een deskundige slechts gemotiveerd kan worden afgewezen (HR 29 april 2005, nr. R05/007, NJ 2007, 153).
3.4 De overige onderdelen behoeven geen behandeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Haarlem van 13 december 2007;
verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar die rechtbank.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 april 2008.