ECLI:NL:PHR:2017:99
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest medeplegen poging afpersing en verwijst terug
De Hoge Raad heeft het arrest van het gerechtshof Den Haag vernietigd waarin verdachte was veroordeeld voor medeplegen van poging tot afpersing. Het hof had geoordeeld dat verdachte samen met anderen [betrokkene 2] had gedwongen tot afgifte van geld door middel van geweld en bedreiging, maar de Hoge Raad vond dat het bewijs voor medeplegen en het opzet van verdachte onvoldoende was gemotiveerd.
De zaak betrof incidenten op 27 en 30 september 2013 waarbij verdachte en anderen [betrokkene 2] intimideerden en mishandelden om betaling af te dwingen. Het hof baseerde zich op verklaringen, politieverklaringen, getuigenverklaringen en WhatsApp-berichten. Verdachte had zelf verklaard mee te zijn gegaan op verzoek van een medeverdachte en betrokken te zijn geweest bij intimidatie.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had vastgesteld dat verdachte bewust en nauw samenwerkte met medeverdachten bij de afpersing en dat het opzet ontbrak. Daarnaast was het proces in hoger beroep niet correct voortgezet na schorsing, zonder instemming van verdediging en officier van justitie, wat in strijd was met artikel 322 lid 3 Sv Pro. Omdat de verdediging niet had aangegeven in welk belang zij hierdoor was getroffen, faalde dit middel.
De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het betrekking had op het eerste feit en de strafoplegging, en verwees de zaak terug naar het hof Den Haag voor nieuwe berechting. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukte het belang van juiste procedurele naleving en voldoende motivering van medeplegen en opzet.
Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd voor het eerste feit en de strafoplegging, en de zaak is terugverwezen voor nieuwe berechting.