Conclusie
niet verschenen
1.Feiten
Indien een werknemer binnen een bedrijf een functie aanvaardt waaraan een lager loon is verbonden, kan het loon in vier termijnen van zes maanden met gelijke bedragen worden aangepast, zodat de werknemer na twee jaar het loon ontvangt dat behoort bij de nieuwe functie”.
Uitgangspunt is dat zij beloond worden met het maximale bedrag in de juiste schaal. Hierbij zal het verschil tussen de huidige beloning en de nieuwe beloning volgens een ruime afbouwregeling worden verrekend. Hiervoor trekken wij een periode van 2 jaar uit. Hierbij zal de beloning iedere maand met een vast gedeelte gereduceerd worden. Dit gaat in op 1 juli 2013. Er wordt een marge ingesteld van 200 euro. Dit betekent dat het gedeelte van het salaris dat boven het hoogste bedrag in de betreffende salarisgroep uitkomt wordt bevroren met een maximum van 200 euro. Dit betekent dat het salaris niet meer stijgt totdat het weer in de pas loopt met de salarisschaal.”
Jouw huidige salaris bedraagt € 2.429,59 bruto per maand. Binnen het nieuwe loongebouw krijg jij de functie van Algemeen productiemedewerker C (zie bijlage). De maximale beloning voor deze functie bedraagt € 2.290,38. Dit betekent dat jouw huidige salaris hoger ligt dan jouw nieuwe salaris. Dit bedrag (met een maximum van € 200,00) wordt bevroren. Dit betekent dat jouw basissalaris € 2.290,38 bedraagt en dat jij een persoonlijke toeslag ontvangt van € 139,21. Het salaris gaat steeds mee met de verhogingen volgens de CAO en jouw persoonlijke toeslag wordt dan afgebouwd met eenzelfde bedrag tot het moment dat de toeslag volledig is afgebouwd. ”
Voor cliënten zal dit er toe leiden dat een andere functie wordt toegekend met daarbij een aanpassing c.q. verlaging van het loon. Het bedrag waarmee het loon wordt verlaagd, tot een maximaal bedrag van € 200,- bevroren. (...) Het aanpassen van het loongebouw is een wijziging van overeengekomen arbeidsvoorwaarden. Cliënten kunnen niet instemmen met deze wijziging.”
2.Procesverloop
omdat niet is komen vast te staan dat [eiser] een functie heeft aanvaard met een daaraan verbonden lager loon” (rov. 5.3). Niet is gesteld of gebleken dat Bogra voorafgaand aan de brief van 15 mei 2013, waartegen [eiser] bij brief van 12 juni 2013 uitdrukkelijk heeft geprotesteerd, concreet heeft gecommuniceerd welke functie hij ten gevolge van de reorganisatie is gaan vervullen en welk loon daaraan verbonden zou zijn. Zelfs als zou worden aangenomen dat [eiser] feitelijk andere werkzaamheden is gaan verrichten zonder zich daartegen te verzetten – hetgeen Bogra stelt en [eiser] betwist – is dit onvoldoende om aan te nemen dat [eiser] een andere functie met een daaraan verbonden lager loon heeft aanvaard in de zin van artikel 18 lid 5 van Pro de CAO, zo overweegt de kantonrechter (rov. 5.3). Voorts heeft de kantonrechter overwogen dat noch de CAO noch de individuele arbeidsovereenkomst een eenzijdig wijzigingsbeding bevatten in de zin van art. 7:613 BW Pro (rov. 5.4). Ten slotte is de kantonrechter van oordeel dat het voorstel van Bogra niet voldoet aan de criteria van het arrest
[B]/Mammoet, omdat Bogra als goed werkgever geen aanleiding heeft kunnen zien tot het doen van een voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden. Bogra heeft geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit, indien die zouden komen vast te staan, blijkt dat de functie van [eiser] ten gevolge van de reorganisatie is vereenvoudigd. De omstandigheid dat [eiser] ten gevolge van rugklachten vele jaren voor de reorganisatie ander werk is gaan verrichten leidt niet tot een ander oordeel. Bovendien is niet gesteld of gebleken dat de werkzaamheden die [eiser] sinds zijn rugklachten verricht lager gekwalificeerd moeten worden dan het daarvoor door hem verrichte werk. Evenmin heeft Bogra de gestelde slechte bedrijfseconomische situatie met stukken onderbouwd en geconcretiseerd wat de financiële gevolgen zijn bij ongewijzigde voortzetting van de bestaande afspraken (stap 1) (rov. 5.5-5.10). Daardoor wordt niet toegekomen aan toetsing aan stap 2 en 3 uit het arrest (rov. 5.10). [eiser] heeft derhalve onveranderd recht op zijn salaris zoals vastgesteld en uitbetaald tot 1 juli 2013 (rov. 5.12).
3.Bespreking van het cassatiemiddel
[A]/CZ: [9]
Halliburtondat - in de omstandigheden van dat geval - uit het feit dat de werknemer niet heeft gereageerd op een voorstel tot wijziging van arbeidsvoorwaarden van de werkgever, niet kan worden afgeleid dat de werknemer heeft ingestemd met het voorstel. [11] De eis van ‘welbewuste instemming’ gaat echter ook weer niet zover dat
altijd‘ondubbelzinnige instemming’ met een voorstel tot wijziging van arbeidsvoorwaarden is vereist, zo overweegt het hof in rov. 3.7 van het arrest
[A]/CZ.
welbewust instemmen’het uitgangspunt is bij toetsing van de vraag of een voor een werknemer nadelige wijziging tot stand is gekomen. [12] Deze norm kan worden verhoogd tot ‘
ondubbelzinnig instemmen’wanneer de omstandigheden daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld omdat de werknemer niet goed is geïnformeerd over de beoogde wijziging en implicaties daarvan. [13] Zo kan de werkgever gehouden zijn om duidelijk te maken wat de gevolgen van de wijziging voor het pensioen van de werknemer zijn. [14] Bij het al dan niet aannemen van instemming van de werknemer met het werkgeversvoorstel kan verder van belang zijn op welke wijze het wijzigingsvoorstel aan de werknemer bekend is gemaakt: is de wijziging simpelweg opgelegd of is er ruimte geweest voor een dialoog? [15] Ook kan relevant zijn of voldoende inzicht is verschaft in de beweegredenen voor de wijziging. [16]
tweede geval– indien is voldaan aan de in de rechtspraak ontwikkelde en op art. 7:611 BW Pro gebaseerde ‘dubbele redelijkheidstoets.’ Deze dubbele redelijkheidstoets houdt in dat een werknemer op redelijke voorstellen van de werkgever, voor zover deze verband houden met gewijzigde omstandigheden op het werk, in het algemeen positief behoort in te gaan en dergelijke voorstellen alleen mag afwijzen wanneer aanvaarding onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd. In het arrest
[B]/Mammoetheeft de Hoge Raad, voor zover hier van belang, hierover het volgende overwogen: [19]
[B]/Mammoet, en geoordeeld dat reeds de eerste stap niet wordt gehaald: Bogra heeft als goed werkgever geen aanleiding kunnen zien tot het doen van een voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden.
[B]/Mammoetis het hof derhalve niet toegekomen.
een functie waaraan een lager loon is verbonden’. En dus niet: ‘aanvaarding van een functie’ én ‘aanvaarding van een lager loon’.
weetwat zijn gewijzigde functie gaat inhouden en (b) een werknemer
weetwelk loon aan die gewijzigde functie verbonden is. Deze overwegingen zijn terecht: zij sluiten immers aan bij het uitgangspunt dat welbewuste instemming van de werknemer met een wijzigingsvoorstel is vereist (zie onder 3.3-3.4).
nietbetoogd dat artikel 18 lid 5 CAO Pro zou vereisen dat hij afzonderlijk heeft ingestemd met het lagere loon van de gewijzigde functie [21] – is het beginpunt van de redenering van het hof, dat het in deze zaak gaat om de uitleg van artikel 18 lid 5 CAO Pro en dat partijen een verschillende uitleg geven aan deze bepaling (rov. 3.4), nogal verwarrend.
- i) [eiser] heeft niet (voldoende gemotiveerd) betwist dat hij tot 2013 algemeen allround productiemedewerker was en na 2013 productiemedewerker aanbrenger grepen;
- ii) derhalve is sprake van een (licht) gewijzigde functie;
- iii) door het gaan vervullen van deze gewijzigde functie sedert 2013 heeft [eiser] de functie geaccepteerd;
- iv) aldus is artikel 18 lid 5 CAO Pro van toepassing.
Onderdeel IIis een voortbouwende klacht.
de voorgestelde wijziging dan ook eenzijdig zal worden doorgevoerd.” [25]
dat hij de gewijzigde functie waaraan een lager loon is verbonden heeft aanvaard. Met zijn protest heeft [eiser] immers verklaard aan de werkgever dat hij de gewijzigde functie met een lager loon juist níet aanvaardt. ’s Hofs oordeel op dit punt acht ik dan ook niet begrijpelijk.
daarmeede gewijzigde functie waaraan een lager loon is verbonden heeft aanvaard, berust dit op een onjuiste rechtsopvatting. Dit is niet te verenigen met het arrest
[A]/CZ, [26] waarin is geoordeeld dat sprake moet zijn van welbewuste instemming van de werknemer met een wijziging van zijn arbeidsvoorwaarden (zie onder 3.3-3.4). Het onder protest uitvoeren van werkzaamheden laat zich niet kwalificeren als ‘welbewuste instemming’.
in een concreet geval leidt. Wij zouden in dat verband tot uitgangspunt willen nemen dat voor de vraag of in een individueel geval en zonder wijzigingsbeding een werknemer zich moet neerleggen bij een voorstel van de werkgever tot wijziging, een zwaardere toets dient te gelden dan die van art. 613.In geval van twijfel kan een praktische benadering zijn dat de werknemer het aanbod van de werkgever onder protest aanvaardt en zich de bevoegdheid voorbehoudt een oordeel van de rechter te vragen. Hoewel de benadering van de Hoge Raad zulks niet uitsluit, past de rechter ons inziens grote terughoudendheid als het gaat om aanpassing in de primaire arbeidsvoorwaarden, zoals de hoogte van het loon.”
praktisch: het is ook de enige
redelijkebenadering. Het is de werkgéver die een wijziging van de arbeidsvoorwaarden nastreeft; het ligt dan ook op zijn weg om hetzij de welbewuste instemming van de werknemer te verkrijgen, hetzij te komen tot een rechtens aanvaardbare eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden (zie onder 3.7 e.v.). Hiermee is niet te verenigen dat de werknemer gedwongen zou zijn om zijn loon of baan op het spel te zetten, om de werkgever duidelijk te maken dat hij niet instemt met de voorgestelde wijziging.
daarmeeook heeft geaccepteerd (in de zin van artikel 18 lid 5 CAO Pro).