Conclusie
middelklaagt dat de rechtbank ten onrechte het verweer heeft verworpen dat de uitlevering ontoelaatbaar moet worden verklaard omdat de opgeëiste persoon door zijn uitlevering zal worden blootgesteld aan het risico van een flagrante inbreuk op enig hem ingevolge art. 6, eerste lid, EVRM toekomend recht, en hem na zijn uitlevering niet een rechtsmiddel ten dienste staat ter zake van die inbreuk. In het bijzonder wordt aangevoerd dat de rechtbank niet had kunnen volstaan met de overweging dat het overgelegde ambtsbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken van april 2016 onvoldoende aanknopingspunten biedt dat er sprake is van een (dreigende) flagrante schending van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro en dat hem geen rechtsmiddel als bedoeld in artikel 13 van Pro het EVRM ten dienste staat.
Partnership for Open Societystelt dat de SIS onderzoek naar mishandelingszaken vaak doorgeleid aan de politie, zodat in de praktijk de politie het onderzoek leidt. Volgens het rapport
Nations in Transit2015 van
Freedom Housebehandelt de politie verdachten sinds de vorige verslagperiode iets beter, maar zou er geen sprake zijn van een grote vooruitgang. Straffeloosheid, een gebrek aan deskundigheid bij politieagenten, en het feit dat mishandeling door een relatief groot deel van de bevolking wordt getolereerd, zijn slechts een paar van de factoren die preventie bemoeilijken.
Police Monitoring Groupregistreerde in 2013 dat van de 719 arrestanten in Jerevan, 236 (32,8%) verwondingen als gevolg van mishandelingen hadden opgelopen. Van de 712 gearresteerden in de rest van het land zouden 88 personen (12,3%) zijn mishandeld.”