Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof in een nadere bewijsoverweging feiten en omstandigheden heeft opgenomen als redengevend voor de bewezenverklaring, terwijl de gebezigde bewijsmiddelen over die feiten en omstandigheden niets inhouden en het hof evenmin het wettig bewijsmiddel heeft aangegeven waaraan die feiten en omstandigheden zijn ontleend. Het betreft de overwegingen van het hof over het celmateriaal dat is aangetroffen op de kussensloop.
tweede middelklaagt dat het hof door bewezen te verklaren is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt zonder dat het hof in het bijzonder de redenen voor deze afwijking heeft aangegeven. Dat uitdrukkelijk onderbouwd standpunt kwam erop neer dat de verklaring van aangever dat hij verdachte nog heeft zien wegrennen niet kan kloppen, gelet op de verklaringen van andere getuigen. Verdachte is aangetroffen op zijn eigen kamer die voor verdachte alleen maar bereikbaar was als hem door personeel toegang was verleend door het openen van een tussendeur.
derde middelklaagt over de rol die verdachte volgens het hof zou hebben gespeeld en die neerkomt op medeplegen. Uit niets blijkt dat verdachte een bijdrage heeft geleverd aan het geweld, laat staan enige materiële of intellectuele bijdrage van voldoende gewicht. Een nauwe en bewuste samenwerking met de anderen is niet uit de gebezigde bewijsmiddelen af te leiden. Dat verdachte mede uitvoering heeft gegeven aan het geweld kan niet uit de bewijsvoering blijken, omdat het mogelijk is dat twee personen die aanwezig waren passief zijn gebleven en dat een van hen verdachte was.