Conclusie
1.Feiten en procesverloop
de overeenkomst van schuldbekentenis en hypotheekstelling, zoals beschreven in de akte d.d. 29 april 2010, (…) op grond van onvoorziene omstandigheden, althans [..] op grond van de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid,
te wijzigen, in die zin dat de in die akte bedoelde schuld wordt verminderd methet totaal van de meerdere kosten die [eiseres 1] zal moeten maken, de mindere opbrengst die [eiseres 1] zal weten te bereiken en
deoverige
schadedie [eiseres 1] zal lijden als gevolg van de aanwezigheid van de ten processe bedoelde erfdienstbaarheid, de omstandigheid dat op het verkochte de bouw van 11 woningen op een landgoed in de zin van de Natuurschoonwet 1928 niet mogelijk is, het niet, althans niet tijdig, voldoen aan de verplichting tot inrichting van het verkochte als landgoed in de zin van de Natuurschoonwet 1928, het niet voldoen aan de verplichtingen ter zake aanvullend bodemonderzoek en sanering van de geconstateerde vervuiling met nikkel en de overige toerekenbare tekortkomingen aan de zijde van Montoya Beheer B.V.,
althans het in de akte bedoelde verbod op schuldverrekening te doen vervallen [8] ;
als voorschot op de door Montoya beheer B.V. te betalen schadevergoeding, te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres 1]
te voldoen de somma van € 500.000, =, althans een door het gerechtshof in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex. Art 6:119a BW vanaf de dag der dagvaarding in eerste instantie tot aan de dag der algehele voldoening. [9]
subsidiair Montoya te veroordelen tot schadevergoeding en de overeenkomst van schuldbekentenis en hypotheekstelling te wijzigen, en in elk geval Montoya te veroordelen tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding van € 500.000, te voldoen op straffe van verbeurte van een dwangsom, met veroordeling van Montoya in de kosten van de procedure in beide instanties.”
Slotsom
3.De beslissing
2.Ontvankelijkheid van het beroep
De overige grieven falen.” Geklaagd wordt dat dit oordeel rechtens onjuist dan wel onbegrijpelijk is.
wijzigingvan die overeenkomst hebben gevorderd (MvG, petitum sub V). Voorts hebben [eisers] in appel een
voorschotop de schadevergoeding gevorderd (grief 6).
“het beroep in cassatie (...) niet open voor hem die zijn bezwaren kan doen herstellen door dezelfde rechter bij wie de zaak heeft gediend”. [16] Dat laatste is het geval indien geklaagd wordt dat de rechter in de bestreden uitspraak in strijd met art. 23 Rv Pro niet op een gedeelte van het gevorderde heeft beslist (art. 32 Rv Pro). [17] Behelst het cassatieberoep uitsluitend een klacht van die strekking, dan zal de mogelijkheid van het doen van een verzoek tot aanvulling aan de ontvankelijkheid van het cassatieberoep in de weg staan. [18] Bevat het cassatieberoep echter ook andere klachten, dan bestaat om redenen van proces-economie voor niet-ontvankelijkheid van de klacht over een omissie ex art. 399 Rv Pro geen aanleiding. [19]