Conclusie
Vereisten voor een beroep op de bankgarantie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
De bankgarantie
Abstracte karakter
Haefner/ABN AMRO [22] oordeelde de Hoge Raad dat de vraag of een bankgarantie voor de uitgevende bank beroep op de achterliggende overeenkomst al dan niet uitsluit, van geval tot geval moet worden beslist door na te gaan welke zin betrokkenen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bewoordingen van de garantie mochten toekennen en wat zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten - de ‘gewone’ Haviltex-maatstaf - . De aard van de verplichting van de bank is daarbij doorslaggevend en niet zozeer de gebezigde terminologie [23] .
Strikte conformiteit
Gesnoteg/Mees Pierson [26] als volgt verwoord:
Anthea Yachting/ABN AMRO [27] , en wel op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Een dergelijke uitzondering kan zich voordoen in het geval sprake is van bedrog of willekeur aan de zijde van de begunstigde of van degene in wiens opdracht de bankgarantie is gesteld.
ABN AMRO /Rabobank [29] herhaalde de Hoge Raad eerst zijn oordeel van het arrest
Anthea Yachting/ABN AMROdat een uitzondering op het beginsel van strikte conformiteit van de bankgarantie niet is uitgesloten op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid indien sprake is van bedrog of willekeur aan de zijde van de begunstigde of degene in wiens opdracht de garantie is gesteld, en oordeelde vervolgens het volgende:
Uitleg abstracte bankgarantie; arresten DSM/Fox en ABN AMRO/Rabobank
Gesnoteg/Mees Pierson [30] oordeelde de Hoge Raad dat, omdat het hof in die zaak de tekst van de garantie feitelijk en niet onbegrijpelijk 'duidelijk' heeft geacht, het hof niet nader had moeten onderzoeken of een beroep op het niet vervuld zijn van het vereiste van betekening naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar moet worden geacht in verband met aard en omvang van het concrete belang van de bank bij het inroepen van dit vereiste in samenhang met het concrete belang van degene in wiens opdracht de garantie is gesteld bij het inroepen van dit vereiste door de bank.
DSM/Fox [32] .
DSM/Foxzo dat het Haviltex-criterium niet althans niet onverkort kan worden toegepast bij de uitleg van abstracte bankgaranties. Naar zijn mening kan uit het arrest worden afgeleid dat gelet op het karakter en de functie van de bankgarantie de uitlegnorm van een bankgarantie in het uitlegspectrum dichter bij de cao-norm dan bij de Haviltex-norm ligt.
DSM/Foxer onder omstandigheden toe dat bij uitleg van de abstracte bankgarantie meer betekenis toekomt aan objectieve maatstaven:
ABN AMRO/Rabobank [40] .Daarin heeft de Hoge Raad in rov. 4.2.1 allereerst zijn overweging uit het arrest
Gesnoteg/Mees Piersonherhaald dat, vanwege aard en functie van een abstracte garantie, en gelet op de positie van de bank die zowel de belangen van degene die de opdracht gaf tot het stellen van de garantie, als van degene te wiens gunste de garantie is gesteld, in het oog moet houden, een strikte toepassing door de bank van de in de garantie gestelde voorwaarden is geboden. Vervolgens heeft de Hoge Raad zijn eerder geformuleerde regel aangehaald (in het arrest
Anthea Yachting/ABN AMRO) dat een uitzondering op het beginsel van strikte conformiteit van de bankgarantie niet is uitgesloten op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid indien sprake is van bedrog of willekeur aan de zijde van de begunstigde of degene in wiens opdracht de garantie is gesteld. En dan wordt tot slot van genoemde rechtsoverweging geoordeeld:
productie 1) volgt dat Rollecate bij de betalingen het factuurnummer heeft vermeld. De betalingen hadden derhalve betrekking op de facturen met het genoemde factuurnummer die volgens bovenvermeld schema (randnummer 2.8) binnen een bepaalde termijn moesten zijn betaald. Het argument dat deze betalingen op andere facturen c.q. andere betalingstermijnen zouden zien, kan dan ook geen stand houden.”
Subonderdeel 1.2faalt wegens gebrek aan belang nu het eventueel onjuist weergeven van het betoog van Rabobank niet afdoet aan het zelfstandig dragende oordeel van het hof in rov. 3.4 dat een objectieve uitleg van de tekst van de bankgarantie met zich brengt dat voor zover de door Rollecate gedane betalingen te laat waren voor de beoogde termijn, maar op tijd voor de volgende termijn, de bankgarantie met de aldus tijdig gedane volgende betaling werd verhoogd.
subonderdeel 1.3is dat het hof heeft miskend dat het onafhankelijke karakter van een abstracte bankgarantie weliswaar meebrengt dat een betalingsverzoek door de bank in beginsel uitsluitend dient te worden getoetst aan de voorwaarden van de garantie en niet (mede) aan de onderliggende rechtsverhouding tussen de opdrachtgever en de begunstigde, maar dat als er om gaat hoe de voorwaarden in de bankgarantie moeten worden uitgelegd, daarbij wel de onderliggende rechtsverhouding mag worden betrokken zonder dat dit in strijd komt met het onafhankelijk karakter van de abstracte bankgarantie.