Conclusie
middelklaagt dat art. 6, eerste en derde lid, aanhef en onder d, EVRM is geschonden doordat het hof een proces-verbaal van een verbalisant tot het bewijs heeft gebezigd, althans dat ’s hofs oordeel dat het gebruik van dit proces-verbaal geen schending van art. 6, derde lid, EVRM oplevert niet zonder meer begrijpelijk is.
NJ2017/378 m.nt. Reijntjes (Vidgen II) formuleerde. Uw Raad overwoog in dat arrest onder meer: