Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
naar alle waarschijnlijkheid" uit de schappen van dat tankstation hebben gestolen. Het kan zijn dat ik dat gezegd heb. Ik kan het me niet meer herinneren.
3.Beslissing
19 april 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte veroordeeld voor meerdere diefstallen bij tankstations en een inbraak bij de Music Store in Zaltbommel. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte samen met anderen goederen had weggenomen uit tankstations De Waluwe en De Lucht West in april 2010, en dat hij medepleger was van een inbraak op 24 juli 2009 waarbij een geldkist werd gestolen.
De verdediging stelde dat het ondervragingsrecht van de verdediging was geschonden omdat getuigen niet volledig konden worden ondervraagd, aangezien hun herinneringen aan de feiten vervaagd waren. De verdediging voerde aan dat hierdoor niet alle door haar gestelde vragen beantwoord waren, waardoor het bewijs onvoldoende was voor een bewezenverklaring.
De Hoge Raad oordeelt dat het recht op een behoorlijke en effectieve ondervraging niet vereist dat alle vragen van de verdediging door de getuigen moeten worden beantwoord. Het hof had terecht geoordeeld dat ondanks vervaagde herinneringen de getuigen in aanwezigheid van de verdediging waren gehoord en dat de verdediging een redelijke gelegenheid had gekregen om vragen te stellen. Ook de klacht dat een compensatie voor de beperkte ondervraging ontbrak, faalt.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 1 april 2015 in stand blijft. Hiermee blijft de bewezenverklaring van de diefstallen en de inbraak en de betrokkenheid van de verdachte als medepleger gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bewezenverklaring en veroordeling van de verdachte.