Conclusie
middelklaagt dat het hof heeft verzuimd om (1) het (conservatoir) in beslag genomen bedrag en (2) het verbeurdverklaarde geldbedrag van € 1.525,- in mindering te brengen op de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting.
“Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex artikel 36e, 2e lid Sr”, nu die berekening, behoudens enige in de uitspraak genoemde aanpassingen, het meest aannemelijk is gelet op de bewezenverklaring in het arrest van het gerechtshof in de strafzaak tegen de betrokkene. Bij de schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft het hof voor wat betreft het aantal transacties over de bewezenverklaarde periode van vijf jaren aansluiting gezocht bij de lineaire opbouw, zoals deze is gehanteerd in het genoemde rapport, en waarbij het hof, in afwijking van dit rapport, als uitgangspunt heeft genomen dat de betrokkene in de zes maanden tussen 2 juli 2011 en 7 januari 2012 6.000 transacties heeft verricht. [1] Vervolgens heeft het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene op basis van het
“Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex artikel 36e, 2e lid Sr”d.d. 16 maart 2012 van de politie geschat op een bedrag van € 167.824,18 en (in verband met een overschrijding van de redelijke termijn) voor een bedrag van € 157.900,- een betalingsverplichting opgelegd aan de betrokkene.